Ria zat op een stoel met haar mobiel in de hand. Haar mobiel was verbonden met het enige stopcontact in deze hotelkamer.

Het rook hier muf en er was nauwelijks ruimte om je kont te keren. Een tweepersoonsbed, een bureau, een stoel en een tv-kast was te veel van het goede hier. Onder het raam bevond zich een grote opvallende beige radiator die nog enigszins een warme sfeer moest uitstralen. Ik zuchtte diep. Ik was gemaakt voor dit soort treurige vakanties. Reclames op televisie en in bladen beloofden me witte stranden, slanke dames in gele topjes en string-badpakbroekjes. Maar wat ik altijd kreeg waren beschimmelde badkamers, lelijke dikke vrouwen zonnebadend bij het zwembad en kleine kamertjes zoals dit.

Ik lag languit op bed met mijn schoenen aan, te bladeren door een lokale brochure. Ze hadden een St. Maria-klooster in de buurt. En een kasteel dat niet veel meer voorstelde dan een simpele blokkendoos zonder gracht of ophaalbrug. Het klonk interessant.
Ria weigerde al een uur met me te praten toen ze besefte dat we slechts in Noord-Brabant waren.

Dus, hier zaten we. Zonder drank. Zonder eten. In een niet-roken-kamer, waar Ria geen boodschap aan had. Ze hing gewoon half uit het raam om aan haar nicotinebehoefte te voldoen.

Ik was niet gemaakt voor romantiek. Zij was niet gemaakt voor gasten zoals ik.
Dit was de reden waarom ik geen vervolg wilde geven aan al die meiden in mijn leven die ik slechts een keer had gehad. Het moest bij dat hoogtepunt blijven. Anders kreeg je middagen als deze. Zwijgzaam in een hotelkamer elkaars blik bewust negeren.

Ik keek naar haar en probeerde de gedachte te negeren dat ik beter thuis had kunnen blijven.

Mevrouw Jenny. Opeens zat ze weer in mijn hoofd. De Kate Winslet-blik die ze me gaf, voor ik naar de bodem van de oceaan zonk. Het deed me meer dan dat ik toen kon beseffen. Het voelde niet bevredigend. Ze had het afgelopen half jaar echt haar best voor mij gedaan. Als enige op school. Als zij mijn moeder was, had ik misschien nu wel op de universiteit gezeten, beginnend aan mijn tweede masterstudie. Helaas. Ik was te verkloot toen ik aan deze studie begon. Ik zat in een wereld die mevrouw Jenny niet begreep. Ik begreep haar wereld niet. Ik was slechts op doorreis. Van dingen als later werd ik niet warm. Ambities waren iets voor de mensen die altijd met hun toekomst bezig waren. Als ze het doel hadden bereikt, konden ze daar niet eens van genieten want ze hadden dan alweer een nieuw doel gesteld.

En als de dag kwam dat ze beseften dat het nieuwe doel onhaalbaar was, vielen ze in een zwart gat. Burn out. Depressie. You name it.

Ik ging nooit een burn out krijgen. Daar nam ik het leven niet serieus genoeg voor. Ik zat liever met vrouwen zoals Ria in een hotel, me de tyfus te vervelen en te wachten tot we naakt in elkaar gingen zitten.

Ria keek op van haar mobiel en zag dat ik diep in gedachten was.
‘Wat wil je van me, Charlie’, vroeg ze. Ik haalde mijn schouders op. Ze had een verveelde ondertoon. Ze wilde vast dingen horen die ik nooit zou kunnen bedenken.

Ik gaf antwoord: ‘Wat zie jij in mij zou je bedoelen.’

‘Ik krijg altijd wat ik wil’, zei ze. ‘Vanaf het moment dat je de kroeg inliep.’

‘Hoe is dat, om altijd je zin te krijgen?’

‘Ik heb het nodig. Nieuwe prikkels. Net zoals jij.’ Ze legde haar mobiel op de grond en kwam tegenover me zitten op bed zonder me aan te kijken. Ze pakte haar kussen en legde die achter haar rug tegen de reling van het bed. ‘Waarom stuurde je me een appie dat je met me naar Parijs wilde?’ Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ze zei: ‘We zaten er wel over te grappen, maar ik had niet gedacht dat je het echt zou doen. Ik dacht dat het bij die ene keer zou blijven.’

‘Ik wilde niet met je afspreken. Ik heb geprobeerd je te negeren. Maar het lukte me niet’, zei ik. Ria proestte het uit van het lachen.

‘Ga je nu proberen romantisch te doen?’

‘Nee serieus. Ik had gewoon zin om met je te praten, om over je te fantaseren, om de energie te voelen die je bij me los kan maken. Om daarna de teleurstelling te voelen – die vanzelf gaat komen – als het eindigt tussen ons. En dan komt er een dag dat ik je ben vergeten. Daar had ik zin in. In dat avontuur.’

‘Hmm’, zei ze op een toon die aangaf dat ze dit soort woorden graag hoorde en er tegelijkertijd niet aan toe wilde geven dat ik het meende. Ik kreeg een benauwd gevoel.

Ik twijfelde. Misschien konden we maar beter Parijs niet halen. Het was alsof ik opeens besefte dat ik haar nauwelijks kende. Dat ze waarschijnlijk een grote teleurstelling was. Een persoon met wie je liever niet vier dagen lang opgescheept zat, in een wereldstad als Parijs.

Dit is een voorpublicatie van het boek Vrouwen die Charlie haten

Het eerste Psycho killer boek: Vrouwen die Charlie haten. De paperback is verkrijgbaar via webshop Psycho killer