In Breda pikten we de moeder van Kurt op. Het was duidelijk te zien waar Kurt en Rosalie hun looks vandaan hadden. Al was daar weinig meer van over. Slechts de contouren van een ooit prachtig gezicht en lichaam. Nu was het een rimpelige weggerookte en weggedronken huid in een veel te vet lijf.

We reden daarna door naar Brussel. Vlak voor etenstijd kwamen we in het donker aan.

We stopten voor een appartementencomplex in de buurt van het Brusselskanaal. Kurt keek via de achteruitkijkspiegel naar mij en Hugo. De moeder draaide zich om en keek ons ook beiden aan.

‘Ik heb een regel dit weekend: We ontbijten elke ochtend samen om 9.30 uur. Kater of niet. Oké?’

‘Ja mevrouw.’

‘Hugo. Laat me niet zo oud voelen.’

We stapten alle vier uit. Hugo ging bij de lantaarnpaal staan om een sjekkie te draaien. Kurt gooide alle tassen op de stoep. De moeder probeerde iemand te bellen, maar de blik in haar ogen maakte duidelijk dat ze haar eigen smartphone niet begreep.

Ik keek naar appartementengebouw. Minstens vijf verdiepingen hoog.

‘Jezus. Gasten’, zei Kurt. Hugo gebaarde naar zijn shag. ‘Charlie. Die tassen komen niet vanzelf binnen.’

Alsof de duivel met me speelde keek ik naar een taxi die de hoek om kwam rijden. De auto stopte naast de bak van Kurt en zette de alarmlichten aan.

Een deur ging open. Een vrouwenbeen omhuld in een zwarte panty verscheen. Heel traag. Als een scene uit een film.

Ze stapte uit de auto en deed haar zonnebril af. Ik zag haar kort richting mij kijken. Een halve nano-seconde. Rosalie. Een scheut in mijn buik. Ze zag me. Moest ik mijn handen in mijn zakken doen of juist eruit? Moest ik Kurt helpen om te laten zien hoe aardig ik voor haar broer was of nonchalant blijven staan?

Toen ik wilde reageren keek ze weer weg. De chauffeur pakte haar rolkoffer uit de achterbak en gaf het aan haar.

Ze liep naar Kurt toe en gaf hem een zoen op de wang. ‘Goed je te zien broerlief.’ Toen keek ze mij aan. ‘Charlie.’

Ze stapte op mij af en gaf me drie snelle zoenen. Ik probeerde mijn lippen flink op haar wangen te drukken. Maar ze was me vlug af. Alsof ze een punt wilde maken. Het punt van: Die nacht samen zegt me nu even helemaal niets.

Ze stapte naar Hugo toe en gaf hem een hand.

Haar parfumwalm bleef om me heen hangen. Ik weigerde te bewegen. Ik hoopte op nog een blik. Ik bleef de geur opsnuiven. Ze moest nog een keer kijken.

Die blik kwam niet. Ik bestond niet.

Haar moeder had de belknop op haar telefoon gevonden en was duidelijk in gesprek. Rosalie gaf haar een korte knuffel. Toen liepen ze beiden naar binnen.

Kurt kwam voor me staan. ‘Je praat niet met haar, je kijkt niet naar haar, je denkt niet aan haar. Begrepen?’

Ik glimlachte voorzichtig. ‘Charlie. Ik heb je meegenomen. Vergeet dat niet.’ Toen tikte hij op mijn wang. ‘Laten we dronken worden.’

Kurt pakte zijn tas en stapte het gebouw binnen.

Hugo stond nog steeds tegen de lantaarnpaal aangeleund en keek mij zonder emotie aan. Alsof hij diep in gedachten was en tegelijkertijd mij veroordeelde in zijn hoofd.


Mis niets. Ontvang het volgende verhaal direct in je mailbox


< Vorig bericht Volgend bericht >


Volg Psycho killer op Facebook, Twitter, Instagram