Het was zo heet hier, dat ik zweetdruppels bij mijn aars voelde. Een klein Portugees meisje dat wat weg had van een boy, danste midden in de wat een woonkamer moest voorstellen. In extase. Haar ogen open naar de wereld en toch in zichzelf gekeerd.

Nik fluisterde in mijn oor en zei: ‘Is zij nou een man of een vrouw?’ Ik gebaarde naar mijn oor en haalde mijn schouders op. ‘Of ze man of vrouw is’, schreeuwde hij vervolgens.

Ik tikte hem op zijn borstkas en liep met mijn blikje bier door de dansende mensen naar een andere kamer toe. Daar stond een dj met een platenspeler, gekoppeld aan een oude versterker, jazz-plaatjes te spelen. Op Psycho killer werd nooit jazz gespeeld.

Ik had niet het idee dat de mensen in deze ruimte per sé aan het genieten waren van de jazz. Als we hier een stofzuiger hadden aangesloten op een versterker, hadden ze ook ritmisch bewogen.

Ik zag Kurt in de hoek staan en gebaarde naar hem wat dit was. Ik zag aan zijn lippen wat hij uitsprak:

Jethro.

Jazz? Jethro?

Jezus fucking Jezus Maria Christus. Die gast was niet alleen onvoorspelbaar. Hij deed maar wat.

Wat me deed afvragen waarom ik altijd Bijbelnamen gebruikte als iets niet klopte aan deze wereld.

Ik liep door de gang, waar twee tieners van zeventien innig met elkaar aan het knuffelen waren. Alsof dit een alcoholvrij middelbaarschoolfeestje was. Waar iedereen ingedronken en wel, stoned van de wiet aankwam.

Ik stapte de keuken van dit pand. Sjoerd zat op de grond. Hij begeleidde een meisje dat haar hoofd in een rode emmer had gestopt. Hij hield haar haren vast en wreef over haar rug.

‘Sjoerd, gast’, zei ik.

Hij gebaarde naar het meisje en maakte toen het universeel gebaar van een flesje bier naar binnen atten en knikte toen als een pastoor, zo wijs en vaderlijk.

‘Sjoerd. Een gast die jazz-plaatjes draait. 17-jarige pubers in de gang. Ik herhaal 17-jarige maagdelijke pubers die coke snuiven alsof ze, alsof ze. Weet ik veel wat. Dit is geen Psycho killer. Dit is een kindergarten.’

De meid haalde haar hoofd uit de emmer en keek me met een bleek gezichtje en rood doorlopen ogen aan. ‘Wat heb je gedronken, schat’, zei ik.

‘Drie glazen Pisang ambon.’

‘Zie Sjoerd. Drie glazen pisang ambon en jij denkt nog steeds dat je straks seks met haar kan krijgen. Ik zweer het je, je kan beter haar ouders bellen of ze haar een uurtje eerder kunnen ophalen van dit kinderfeestje.’

Haar gezicht verdween weer in de emmer.

‘Charlie. Je woorden zijn geen wapens. Vandaag niet. Vandaag vermoord je me niet met je stem. Ik help haar gewoon. Ze komt uit Aalsmeer, begrijp je? Ik kan haar straks wel naar huis brengen. Met de auto van Jethro of zo. Hij heeft een BMW, wist je dat?’

‘Wat heb je op?’

‘Ecstasy.’

‘Sinds wanneer is dit Jethro’s feest en sinds wanneer rijd jij meisjes in een auto naar huis als je onder invloed bent.’

‘Relax. Waarom al die woede.’

‘Waarom al die woede? Ik laat voor even de organisatie aan jou en Kurt over en dit is wat je met de naam van Psycho killer doet?’

‘Ik heb hier helemaal geen zin in Charlie.’

‘En ik heb geen zin in jouw aanwezigheid.’

‘Ach. Laten we straks praten.’ Hij wees naar het meisje. Ze was uit de emmer geklommen en had haar hoofd tegen zijn borstkas aangelegd. ‘Straks, oké?’

‘Fucking straks. Niks fucking straks. Of misschien wel. Fuck straks. En fuck je wijf uit Aalsmeer.’

‘Wat heeft zij jou nou weer aangedaan?’

Ik maakte een dramatisch weggooigebaar en verliet de keuken. Ik schopte onderweg tegen een leeg blikje bier aan en gaf een tik aan een plafondlamp die scheef aan het koordje bungelde in de gang.

Achtervolg me op Instagram
Foto via Amaryllis Joskowicz
Blijf per e-mail op de hoogte. Geloof me. Op Facebook of Instagram mis je driekwart van mijn updates. Want: algoritme.