Ik wachtte tot Hein naar buiten kwam. Toen hij kwam bood hij me een sigaret aan. We staarden beiden naar de zee. Al rokend.

Ik vroeg me als kind vaak af wie aan de andere kant van de zee naar onze kant keek.

Bij het wc-hokje was een klein muurtje gemetseld. Hein ging languit op de richel van het muurtje liggen en staarde met gesloten ogen naar de lucht terwijl hij lange trekken van zijn sigaret nam.

‘Wat ga je doen als je een diploma hebt?’ Vroeg Hein.

‘Werken, denk ik. Waarom werk jij niet?’

‘Werken? Neh. Niet echt wat voor mij.’

‘Heb je het geprobeerd?’

‘Ik ben op mijn zeventiende gestopt met school. Ik heb twee jaar in een distributiecentrum gewerkt voor supermarkt Coop. Orders picken en me verbazen over de mannen die dat al dertig jaar deden. Nu zit ik in een community die voor me zorgt. We maken veel van ons eten zelf in de moestuin. Neh, Ik heb geen werk meer nodig.’

Het klonk als een sekte, die woongroep van hem en zijn vriendin PJ. Zo verstikkend.

Hein kwam van de richel af en trok een moeilijk gezicht terwijl hij over zijn rug wreef. Hij zag me kijken. Toen toverde hij een grote glimlach tevoorschijn. Volgens mij ging hij met die lach naar bed en stond er de volgende dag weer mee op.

Optimisten. Wat zagen zij wat ik niet zag...

‘Het lijkt alsof je veel plezier in het leven hebt. Dat je volledig in het moment opgaat,’ zei ik.

‘Je weet hoe diep de dalen zijn van dit soort mensen, toch?’

‘Ik heb soms het idee dat ik niet zoveel voel,’ zei ik maar.

‘Misschien is dat het verschil tussen jou en mij,’ zei Hein.

‘Ik voel me bijna altijd leeg. Het is alsof er altijd wat mist,’ zei ik. Verbaasd over deze bekentenis aan een bijna vreemde.

Hein begon toen hard te lachen. Ik lachte maar mee.

‘Nee hoor,’ zei ik. ‘Fuck leegheid.’

‘Je lacht erom,’ zei Hein ernstig. ‘Maar ik zou er alles aan willen doen om jou weer te laten voelen. Echt te laten voelen.’

Ik keek hem verward aan. Het klonk bijna als een zin uit een romantische film. Het enige wat ontbrak, was een knipoog.

We liepen samen terug naar de anderen. Hein’s vriendin was nog steeds aan het lezen. Nik keek me vluchtig aan, maar negeerde me vervolgens.

Ik voelde duidelijk de spanning tussen ons. Maar ik ging geen sorry zeggen. En hij zou ook nooit sorry zeggen.

Sorry zeggen was iets wat we in onze vriendengroep niet begrepen. Het had niets te maken met zwakte.

Het was schaamte.

< Vorig bericht Volgend bericht >

Blijf op de hoogte
Facebook
Instagram
Twitter
Charlie West op Google +
Tumblr