Ik voelde me ouder en ouder worden. Mijn verleden rekte zich steeds meer uit in mijn hoofd. Ik merkte steeds vaker dat ik begon te twijfelen aan mijn eigen ooggetuigenverslagen.

Het werd ongrijpbaarder. Soms leek het erop alsof mijn herinneringen gewoon verdwenen. Zonder dat ik het wist.

Slechts een vaag vermoeden.

Het enige bewijs van mijn historie, waren de objecten in het heden. Zoals mijn stereotorentje. Ooit trots bij elkaar verdiend met mijn krantenwijk. Ik kon het niet wegdoen.

Of mijn Starbucksmok. Ooit gejat in Havo 5 in Londen.

Maar het grootst zichtbare prehistorisch object in mijn hedendaagse leven, waren mijn jeugdvrienden.

Mijn vrienden waren mijn vrienden niet meer. Alles wat ons bond, was vervaagd. Ik dacht vroeger dat ik nooit zonder hen zou kunnen. Nu was ik op een punt gekomen dat ik hen liever kwijt dan rijk was.

Ik had ze niets meer te vertellen. Zij hadden niets meer tegen mij te kleppen. We wisten alles al van elkaar. Of juist helemaal niks. Elke afspraak weer voelde meer en meer als een verplichting.

Gedachtes over het hier&nu leken het niet meer waard om het met ze te delen. Het enige wat we als mannen bij elkaar deden, was bier drinken en over seks praten.

En over vroeger. Alleen maar over vroeger.

Al die avonturen die we toen beleefden.

We waren een uitgebluste vriendengroep waar geen energie meer inzat om nieuwe dingen te beleven. Wat overbleef waren de heroïsche littekens in onze hersenen.

Die we continue maar bleven delen. Om vervolgens met z’n allen heel hard te lachen en tegelijkertijd van binnen te huilen van melancholie.

Vroeger was het enige wat ons bond.

Ik voelde me echt ouder en ouder worden. Mijn herinneringen waren gewoon verdwenen.

Wat me deed afvragen welke verhalen we als vrienden in godsnaam aan het uitwisselen waren. Volgens mij waren het juist de verhalen die we herinnerde als een verhaal die we ooit tegen elkaar hadden verteld. Maar hoe het echt gebeurd was, wist niemand exact meer.

Karakters | Volgend bericht > | Ik zit ook op Instagram