‘Vind je mij droevig?’ vroeg ik.

Ik lag languit op de bank. Met een opgezette buik. Naomi kookte een paar keer per week voor me. Zo lekker. Zo gekruid. Ik at er zoveel van.

Ik wilde geen weegschaal meer zien. Nooit meer.

‘Nee?’, antwoordde Naomi. Ze hing in de stoel, met haar benen overdwars, naar haar telefoon te staren.

‘Gisteravond, in de kroeg, noemde Tim me een Iejoor, van Winnie de Poeh. En Jurjen had nog nooit iemand gezien die zo zichtbaar aan het lijden was’, zei ik terwijl ik een knoop losmaakte en uitgebreid begon te zuchten van opluchting.

‘Zeiden ze dat?’, vroeg Naomi met een vertraging van drie seconden.

‘Het klinkt aanstellerig. Echt, heel erg dramatisch ook. Vind je mij een aansteller?’

‘Nee, schat. Zeven jaar in een relatie is niet niks’, zei Naomi.

‘Nee hè?’

Paar seconden later.

‘Het is niet niks nee.’

‘Ik voel me dan zo onbegrepen. Toen ze dat tegen me zeiden.’

‘Waarom dat?’ Ze legde haar telefoon op de tafel.

‘Omdat ze zien dat ik pijn heb, maar het niet begrijpen. Ze kijken naar me, maar zien me niet. Ze observeren het, maar vragen niet echt-echt hoe het met me gaat.’

‘Mannen zijn ego’s. Op zichzelf gericht. Niemand geeft ons de aandacht die we verdienen’, zei Naomi. ‘Zo is het toch? Soms verhullen ze het door die penis die ze hebben. Die gaat dan voor ze denken. Als de pik het trucje heeft gedaan, keren ze weer terug naar hun ware aard. Dan kan je pas zien hoe egoïstisch ze echt zijn. Ze zijn alleen maar met zichzelf bezig.’

‘Zo bedoel ik het niet.’

‘Zo bedoel ik het wel.’

‘Ik ken weinig echt aardige mensen’, zei ik.

‘Meen je dat?’

‘Mensen die echt het beste met me voor hebben.’

‘En met wie heb jij dan het beste voor? Ben je zelf ook niet gewoon onaardig zoals alle mensen onaardig tegen jou zijn?’

‘Geen idee? Denk je dat?’

Ik ging iets rechtop zitten. Naomi keek me met een chagrijnige kutkop aan, zoals alleen zij een chagrijnige kutkop kon hebben. Ik snapte zo goed waarom ze geen enkele man vast kon houden.

‘Op Instagram zie ik weleens van die quotes’, zei Naomi, ‘Dat mensen je moeten nemen zoals je bent en dat je toxic people moet dumpen en weet ik veel wat. Het gaat altijd over de "ander". Nooit over henzelf. Dat klopt gewoon niet. Je bent zelf net zo. Waarschijnlijk.’

‘Nee Naomi. Dat ben ik niet. Ik ben een pleaser. Een gever. Ik ben niet zoals de anderen.’

‘Hoe kan je nou jezelf beoordelen? Met alle respect meid.’

‘Beoordeel jij me dan. Zeg dan wat je vindt. Vind je me zoals de anderen? Onaardig? Ongeïnteresseerd?’

‘Weet niet.’

‘Naomi. Zeg nou’, zei ik.

‘Soms.’

‘Echt? Waarom?’

‘Je hebt niet gebeld na de begrafenis van mijn oma, bijvoorbeeld.’

‘Zij was 100 jaar geworden!’

‘Dat is geen excuus.’

‘Mensen gaan dood, Naomi.’

‘Maar dat wist de pijn niet en het verdriet ook niet. Al die herinneringen. Om wie zij was. Voor wie zij was voor mijn ouders en mijn neefjes en nichtjes. Dat is het echte verdriet. Weet je. Het verdriet van een mens die er niet meer is. 100 of 30 jaar oud geworden. Ik heb het nooit zo begrepen waarom een dooie honderdjarige normaler lijkt dan de dood van een jong iemand. Waarom er schokkender wordt gereageerd als iemand jong sterft. Het moet toch even erg zijn?’

‘Omdat het niet zo hoort. Je hoort niet dood te gaan als je twintig of dertig of veertig of vijftig jaar bent.’

‘Ja dat weet ik ook wel. Dat snap ik ook wel. Ach. Laat ook maar.’

Naomi pakte haar telefoon weer. Haar chagrijnige kutkop was nog chagrijniger geworden.

‘Het was niet dat ik je niet belde, omdat zij honderd jaar was geworden’, zei ik.

‘Weet ik’, zei Naomi.

‘Ik had aan je gedacht. De hele week. Tot aan de begrafenis aan toe. Echt waar. Je moet me geloven.’

‘Weet ik.’

‘Wat is er dan?’

‘De dood van mijn oma deed me beseffen dat ik nu nog alleen maar mijn ouders heb. En als zij... Dat ik dan de enige ben die overblijft.’

‘Je gaat toch zelf ooit een gezin stichten?’

‘Ja, maar dat er dan niemand meer is die weet hoe ik vroeger was. Niemand meer met herinneringen toen ik klein was. Snap je? Ik ben dan mijn eigen overgebleven herinnering.’

‘En als ik dan wel gebeld had? Dan had je deze gedachtes niet?’

‘Jezus Juul. Het gaat niet om het telefoontje. Het gaat erom dat ik het rondom de dood van mijn oma zwaar had! En je zag het niet eens.’

‘Waarom zei je dat dan niet?’

‘Waarom heb je je broek los?’, zei Naomi, ‘Je lijkt wel zwanger.’

‘Zo voel ik me ook.’

‘Ik ga naar huis, denk ik’, zei Naomi.

‘Ik kan mijn broek weer dicht doen.’

‘Nee. Gek. Ik ga naar huis. Ik ben moe. Vanavond even niet meer appen of bellen. Ik moet echt even bijslapen. Aankomend weekend weer nachtdienst.’

‘Waarom doe je nou zo?’

‘Maak je niet druk over ons. Het is oké. Echt. Ik ben moe. Dat is alles. Ik ga naar huis. Oké,schat?’

‘Ja.’

‘Niet zo sip kijken.’

‘Ik ben Iejoor.’

‘Ben je niet.’


Foto via @sarahbahbah

Nieuw boek uit • Digital love • Bestel het boek of e-book meteen >


Nieuw!

Volg me via WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'feest is AAN' met je voornaam naar mij
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je niks.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.