‘Leuk dat je bent gekomen’, zei Tim, ‘hoe gaat het nou met je vrijgezel zijn?’

De kroeg zat vol mannen. Tim was de enige die me na een paar minuten zag staan en op me af kwam gelopen.

Wat klopte hier niet aan dit plaatje?

Wat klopte hier niet aan mij?

Hadden al deze mannen een zesde zintuig dat aangaf dat met mij vandaag in deze emotionele toestand niets te beginnen was?

‘Wat’, zei ik, ‘ga je weer een van die wanhopige vrienden op me afsturen?’

‘Hoe bedoel je?’

Tim trok een Robert de Niro-gezicht, z’n hoofd iets naar achteren, met dichtgeknepen ogen. Zo niet grappig.

‘Die speeddate-avond. Hoe heette hij ook al weer?’

‘Jurjen?’

‘Jurjen ja. Je zei tegen hem dat ‘ie mij moest troosten zodat hij seks kon hebben.’

‘Heb ik dat gezegd? Ha. Geeeeeey. Sorry Juul. Dat klinkt wel beetje als mij. Maar je weet dat ik het beste met je voor heb. Ik wil dat je beetje lekker in je velletje zit en dat je niet zo droevig rondloopt. Je bent de afgelopen weken echt die ezel uit Winnie de Pooh. Zo droevig. Zo somber. Het is zo niet jij.’

‘Eejoor?’

‘Eejoor ja.’

‘Ik weet dat je me probeert te helpen.’

‘Ik weet dat jij dat weet’, zei Tim. ‘Ik weet veel. Dat weet jij ook.’

‘Maar, het is net alsof ik van niemand klote mag voelen.’

‘Oh, dat mag wel hoor. Maar het staat je niet, dat klote voelen. Nee. Het staat je niet.’

‘"Het staat je niet.". Ben jij weleens echt verdrietig geweest dan, door de liefde of zo?’

‘Daar praat ik niet over. Ik ben een jongen. Nope. Geen gevoelens.’

‘Ik krijg van die adviezen. What doesn’t kill you makes you stronger en zo. En dat ik de bright side in moet zien en dat ik nu de bloemetjes moet gaan plukken. Misschien wil ik dat wel. Misschien ook helemaal niet gewoon. Maar waarom mag ik gewoon niet even sad zijn? Voor een paar weken? Waarom niet?’

Easy girl. I’m not your enemy. Ik ben gewoon Tim. En deze pik is vandaag jarig en ik wil gewoon dat iedereen een goede tijd heeft. Ik wil dat jij een goede tijd hebt. Hier. In deze kroeg. Dat is alles.’

‘Sorry, ik bedoelde het niet zo fel’, zei ik, ‘dat is lief’, vervolgens, ‘gefeliciteerd nog. Hoe oud ben je nu echt?’

‘21 jaar godverredomme. 21 jaar. God-ver-domme. Het voelt heerlijk. Het is een magisch getal vind je niet? Deelbaar door zeven. Ik weet niet. Het is een magisch getal. Ik voel me magisch vanavond. God-ver-domme, wat voel ik me magisch.’

‘Zeven’, zei ik met een diepe zucht.

‘Hé Juul! Je bent gekomen!’ Joris kwam op me af gestapt. Roze overhemd aan. Een te strakke spijkerbroek.

Hij sloeg zijn armen om me heen.

‘Ja, toch wel. Met tegenzin. Beetje tegenzin. Hier ben ik dan, toch.’

‘Prima toch? Wil je een biertje van me?’, vroeg Joris.

‘Doe maar witte wijn.’

‘Zo zo. Aan de wijn?’ vroeg Joris, ‘Ik heb je nog nooit aan de wijn gezien. Vertel, wanneer ga je je haren kortwieken? Ik ben zo terug darling.’

‘Kijk wie daar binnenkomt. Mijn magische vriend Jurjen’, knipoogde Tim.

‘Doe niet zo flauw,’ zei ik en keek direct naar de ingang.

Licht onwennig keek Jurjen om zich heen. Het duurde even voor hij mij en Tim zag. Met grote stappen kwam hij op ons afgelopen.

‘Hé Timmy-boy. Congrats man’, zei hij, ‘congrats. Je ziet er weer verschrikkelijk mannelijk uit met je stropdas. Wel getraind vandaag in de club?’

‘Kom is hier. Geef me eens een echte bro-mance-hug.’

Ik voelde me genegeerd.

Ik voelde me ongemakkelijk.

Hij moest niet met me praten.

Hij hoefde niet naar me te kijken.

Gewoon.

Doorlopen.

Ergens anders in de kroeg heen gaan.

Hij keek naar me. Hij liet Tim los en glimlachte zelfs even.

‘Hé Juliette.’

‘Hoi Jurjen’, zei ik.

‘Ik laat jullie maar even alleen dan’, zei Tim en klopte met zijn platte hand twee keer op de borstkas van Jurjen.

Zo mannelijk.

Waarom konden wij vrouwen niet op de tieten van elkaar slaan als soort van afscheidsgroet?

‘Hoe gaat het met iemand anders zijn?’ vroeg Jurjen.

‘Pfff. Vergeet dat’, zei ik.

Ik wilde iemand anders zijn. Nog steeds.

‘Dat kan je niet aan mij vragen’, zei hij.

‘Waarom niet?’

‘Ik ben niet die gast uit de film Memento. Het is gewoon gearchiveerd, ergens in mijn hoofd.’

‘Dus elke keer als je me ziet, denk je eraan dat ik een slet wilde zijn?’

‘Nee.’

‘Wat dan wel?’

‘Dat je er heel mooi uitziet als je zo kwetsbaar bent. Ik ken weinig mensen die zo openbaar lijden en hun gevoelens zo laten zien als jij. Het is zo duidelijk dat je het moeilijk hebt.’

Wat?

‘Wat?’

‘Je wallen onder de ogen. De treurige blik in je ogen. Je lage stem. Je haar dat zo vet is en piekt aan alle kanten. Je bent echt aan het lijden. Het is poëzie om jou zo verdrietig te zien.’

Hij omschreef een of andere heks.

Hij omschreef mij als heks.

Wat een lul.

‘Echt. Ik word zo niet vrolijk van jou. Hoe kan je dit nou zeggen?’, zei ik.

‘Wat? Ik bedoel het lief hoor.’

‘Sorry not sorry bedoel je zeker.’

‘Nee. Wacht. Loop nou niet weg. Juul. Blijf nou.’

Ik had hier nooit moeten komen.


Foto via @arthuroscar

Nieuw boek uit • Digital love • Bestel het boek of e-book direct >