‘Ik ben verrast. Hoe je het hebt ingericht.’

Ik wandelde door zijn 60 vierkantemeter appartement alsof ik in een museum liep. Rustig. Aanschouwend. Knikkend met mijn hoofd. Getuite lippen.

Ik was onder de indruk. Jurjen had stijl. Echt stijl. Aantrekkelijk dit.

‘Wat. Zo niet mannelijk? Zo niet als Yort?’

‘Denk het. Die had overal Marvel-poppetjes staan en naast de tv zijn sokkenmand. Dit is, echt stijlvol. Oog voor detail of zo’, zei ik.

‘Je bent echt onder de indruk. Is dat je beroep? Binnenhuisarchitect?’

‘Ik heb het lang overwogen om het te studeren. Dingen creëren voor mensen. Ik kijk nog steeds graag op Funda hoe mensen hun huis hebben ingericht. Nederlanders hebben echt een slechte smaak. Sorry hoor. We hebben een slechte smaak. Weet je wie een goede smaak hebben? Denen. Die weten wat stijl is. Die zien de schoonheid in huishoudelijk design. Hier gaan we naar de Action omdat het goedkoper is. Zodat we de rest van ons geld kunnen verbrassen aan een of ander sportkanaalabonnement.’

‘Je praat alsof je een mening hebt. Dat mag ik’, zei Jurjen.

Aan de muur hingen een aantal ingelijste filmposters. Een ervan richtte twee mannen een pistool op mij. ‘Does he look like a bitch?’, stond eronder.

‘Intrigerende poster. Wat is dit voor film?’

‘Sorry? Pulp fiction. Van Tarantino.’

‘Nog nooit van gehoord. Waar gaat die over?’, vroeg ik.

‘Ken je deze film echt niet?’

‘Nee?’

‘Het gaat over voetmassages, een horloge in iemands kont verstoppen, over een shagrokende Travolta, over de betekenis van Amerikaanse voornamen.’

‘Is het gewelddadig?’

‘Soms.’

‘Ik houd niet van geweld’, zei ik.

Hij zuchtte. Yort zuchtte ook als ik iets over films zei. Alsof mijn mening er niet toe deed.

‘Waarom niet?’

‘Ik ben daar denk ik te gevoelig voor’, zei ik.

‘Zo gevoelig ja? Wil je wat drinken? Wit? Rood?’

‘Uiteraard ben je een wijndrinker. Geen idee. Doe maar rood?’

‘Ik heb een leuk flesje op de kop weten te tikken.’

Jurjen liep de open keuken in. Hij haalde van het aanrecht een fles. ‘Check dit’, zei hij.

‘Prima hoor’, zei ik. ‘Oh wacht. Ga je nu even de snob uithangen?’

‘Oh nee hoor. Is gewoon van de appie. Biologische wijn. Een château Coulon uit Corbières’, las hij voor.

‘Klinkt goed. Hoe gaat het op je stage?’

‘Traineeship.’

‘Dat.’

Jurjen schonk twee wijnglazen in en kwam de woonkamer weer in gewandeld en gaf me een glas.

‘Oké. Het is leuk. Leerzaam. Lange dagen. Veel gesprekken. Dat.’

‘Luister Jurjen.’

‘Kom eens hier.’

‘Wat doe je.’

Hij drukte me tegen zich aan. Ik probeerde het glas in evenwicht te houden en voelde hoe hij zijn mond op mijn mond drukte.

Harde droge lippen. Vlinders in mijn buik. Geilheid in mijn kut.

‘Sorry. Dat moest even’, zei hij.

‘Wow. Dit zag ik niet aankomen’, zei ik. Ik voelde hoe mijn wangen volstroomden met bloed. Dit voelde te goed.

‘Ben je oké?’, vroeg hij.

‘Helemaal oké.’

‘Zullen we op de bank gaan zitten?’

Ik ging in de hoek zitten. Hij ging vlak naast me zitten. Onze benen raakten elkaar net niet aan. Ik wilde weer met hem zoenen. Ik wilde hem knuffelen.

‘Maar Pulp Fiction. Is het een actiefilm?’, vroeg ik, kijkend naar de twee pistolen.

‘Het gaat over Jules en Vincent. Zij zijn de twee coolste criminelen die je ooit in de cinema te zien krijgt. Hun loopje, de manier waarop ze praten. De ene na de andere oneliner. Heb je echt nog nooit van deze film gehoord?’

‘Nee?’

‘Kijk je wel films?’

‘Jahoor. Met Yort keek ik soms mee.’

‘Wat vind je van deze Franse wijn?’

‘Wel lekker. Ging jij vroeger op vakantie naar Frankrijk?’

‘Ja. De Provence. Elk jaar weer. Met mijn ouders. De beste tijd van mijn leven. Al die kinderen. De natuur. De rust. Jij?’

Hij keek me niet aan als ik praatte. Hij had haren op zijn hand. Zo mannelijk.

‘We gingen vaak naar Duitsland toe. Daar op de camping’, zei ik.

‘Zou je dat nog kunnen dan? Nu? Kamperen?’

‘Ja hoor. Jij?’

‘Nee. Ik ben gewend geraakt aan luxe en geld. Het heeft iets primitiefs en goedkoops, kamperen.’

De arrogantie.

‘Je kijkt echt op mensen neer jij’, zei ik.

‘Misschien wel. Misschien wel.’

‘Voel jij je echt beter dan anderen dan?’

‘Klinkt misschien arrogant, maar best vaak ja. Ik kijk niet op mensen neer of zo. Maar sommigen maken zulke slechte keuzes. Sommigen zijn echt getrouwd met slechte keuzes. En dan denk ik: blij dat ik wel goede dingen doe met mijn geld en mijn voeding en mijn carrière. Jij? Ben jij wel getrouwd met slechte beslissingen?’

‘Ja. Ben net begonnen aan mijn derde studie en twijfel nu al of dit het nou wel is. Ik denk dat in mijn hoofd ik ook helemaal niet wilde afstuderen. Gewoon, snel kinderen krijgen met Yort. Dat zat vaag in mijn gedachtes. Dit klinkt zo treurig als ik dit uitspreek.’

‘Echt? Was dat wat je wilde? De klassieke weg?’

‘Het klassieke leven. Het klinkt gewoon veilig. Geen gedoe. Dat dacht ik echt. Gewoon. Je vindt me nu vast saai.’

‘Nee hoor’, zei hij.

Hij vond me saai.

Kut. Ik kon beter de hele avond m’n mond houden en mooi zijn. Borsten naar voren. Ogen beetje dichtknijpen. Getuite lippen. De hele avond de perfecte selfie-blik spelen.

‘Ik weet niet Jurjen. Ik ben zo’n suffe doos’, zei ik. ‘Ik heb me in slaap gesust in de relatie met Yort. Ik weet niet eens of ik het echt allemaal wilde. Maar het voelde gewoon goed en veilig en goed. Ik denk dat ik niet zoveel in het leven wil.’

‘Juul. Dat doet echt pijn om te horen. Zo. Ik weet niet. Zo zonde.’

Hij meende het niet. Hij lulde maar wat. Hij wilde me neuken. Hij wilde me gewoon neuken. Hij praatte met me mee. Knikte vriendelijk. Lachte als ik lachte. Zei ‘je bent geweldig’ als ik dat wilde horen. Hij liet me zelfs domme opmerkingen maken over Pulp Fiction. Ik geloofde hem niet.

‘Ik wil wel wat hoor in dit leven’, zei ik. ‘Ik wil wat betekenen voor mensen. Echt wat betekenen. Gewoon. Daarom doe ik nu de verpleegkundigen-opleiding. Mijn vriendin Naomi werkt in het ziekenhuis. Ze werkt op een of andere revalidatieafdeling waar mensen na hun operatie naar toe worden gebracht.’

‘En? Ziet zij er gelukkig uit?’

‘Ze klaagt alleen maar over haar verstoorde dag-nachtritmes door de nachtdiensten. Maar ze heeft ’s nachts wel alle tijd om te lezen. Dat klinkt zalig, niet? De hele nacht lezen en daarvoor betaald krijgen.’

‘Ik lees nooit’, zei hij terwijl hij zijn been tegen mijn been aan schuurde.

Zo’n kutopmerking. Zo’n zalig gevoel bij m’n been. Bestond hier een woord voor? Goed en kwaad in een?

‘Waarom lees je nooit? Dat is echt stom’, zei ik.

‘Waste of time. Ontsnappen uit de realiteit. Ik wil realiteit ervaren. Elke seconden weer.’

‘Jeetje Yort. Heb je zelf wel enig idee wat je aan het zeggen bent? Met al je films hier. Dat is toch ook ontsnappen uit de realiteit?’

‘Waarom noem je me Yort.’

‘Noemde ik je Yort?’

Ik noemde hem Yort.

‘Je zei Yort. Je feliciteert mensen toch ook niet op een begrafenis?’

Ik noemde hem godverdomme Yort.

Onderzeeër. Waar. Nu. Ik erin. Naar de bodem van de oceaan. Pas over tien miljoen jaar bovenkomen.

‘Dit is echt beschamend. Sorry Jurjen. Sorry. Dit is echt erg.’ Ik verborg mijn gezicht in mijn handen en ik lachte en huilde tegelijkertijd.

‘Waarom ben je hier als je in je hoofd elke keer bij je ex bent? Waaraan heb ik dat verdiend?’

‘Je hebt dit niet verdiend. Het spijt me zo.’

Ik raakte Jurjen aan. Hij moest weten dat ik het meende.

Ik wilde hem knuffelen. Ik wilde hem zoenen. Ik wilde hem laten zien dat ik hier voor hem was.

Hij legde zijn hand op mijn borst en zoende me en glipte toen met zijn tong naar binnen.

Dit was wat ik nodig had. Nu.

‘Kom je mee naar de slaapkamer?’, vroeg hij.

Slaapkamer? Nu al? Wat?

‘Oké?’


Koop m'n boek Vrouwen die Charlie haten
Koop m'n blogbundel Digital love
Koop poster Nooit genoeg tijd
Laten we appen
Foto via @maratneva


Like me op Facebook
Achtervolg me op Instagram