Ken je het fenomeen ‘pilot’?

In televisieland is dat een proefaflevering om te zien hoe het publiek reageert voor ze er tientallen miljoenen dollars in stoppen.

In kantoorland (dat land waar ik woonde voordat ik mijn lease-auto en creditcard inleverde en schreeuwde ‘nu word ik een echte kunstenaar mf’ers!’) heb je ook pilots. Als je de handen niet op elkaar krijgt voor een heel goed idee, noem je het een pilot.

Wie kan nou tegen pilots zijn?

Precies.

N.I.E.M.A.N.D.

Als je een boek wil schrijven, hoe weet je zeker dat je project een kans van slagen heeft?

Een goed idee is niet voldoende om 250 pagina’s vol te schrijven over mensen die niet bestaan.

Je hebt een toon nodig.

Een gevoel.

Een bepaalde vibe.

En vooral: enthousiasme dat nog een tijdje aanblijft.

Je moet tenminste zes maanden met die woorden doorbrengen.

Niets is erger dan schrijfprojecten die na vier weken stoppen omdat je het niet meer helemaal voelt.

Nou.

Drie keer raden wat je het beste kan doen?

Maak een ‘pilot’!

Schrijf een kort verhaal. Of een goede scène. Of meerdere korte verhalen.

Daarin probeer je dat vage idee dat je in je hoofd hebt van dat boek uit.

Ik heb een ‘pilot’ geschreven.

Het verhaal heet ‘daddy issues’.

Over een personage dat zich laat nemen in een steeg door een onbekende, om de dood van haar vader te verwerken.

Ja.

Je ziet het hè?

Sombere hitsigheid…

Vervolgens ben ik het verhaal gaan rondsturen naar mensen om te checken wat ze ervan vonden.

Daarna heb ik het in mijn vijfdaagse mail gedeeld. Als exclusief spraakbericht ingesproken. Een paar weken later opnieuw ingesproken als ‘in slaap val’ bericht.

Na tal van reacties wist ik voldoende.

Deze ‘toon’ smaakt naar (meer.)[]

Dit verhaaltje leerde me dit:

  • Ik houd van die combinatie van somberheid en hitsigheid
  • Mensen reageren er emotioneel op (omdat het een emotioneel verhaal is)

Bij twijfel, maak een ‘pilot’.

Zie het als een warming-up voor je boek.

Als je als eerste wil weten wanneer het boek uitkomt...  Schrijf je in op tomsondarko.nl.