Ik denk in reeksen. Omdat mijn ideeën vaak te groots aanvoelen en daardoor een verlammend effect hebben.

Je weet wel. Te lang op de wc zitten met je telefoon en dan merken dat je je been niet meer kan bewegen.
(De horror. De horror.)

Maar als je een korte reeks van 6 of 12 maakt. Dat valt te overzien. Dat heeft een begin en een einde, in plaats van de grote leegte.

Wil je schrijven over je vorige relatie?

Maak er zes verhaaltjes van.

Wil je dichten over je depressie? Dwing jezelf om 12 gedichtjes te maken.

Dat getal helpt. Het motiveert. Het is moeilijk, maar haalbaar.

Als je er ook nog een deadline aan koppelt.

Elke dag (of elke week) één zo’n verhaal schrijven.

Dan heb je in twee weken de eerste versie van je 12 gedichtjes.

Ik heb mezelf voorgenomen om twaalf sleutelscènes van dit boek Sombere hitsigheid te schrijven.

Interpreteer het woord ‘scène’ breed.

Ze moeten lezen als een kort verhaal. Maar elk verhaaltje dat ik daarna schrijf, pakt de draad op waar het vorige eindigde.

Elk sleutelverhaal heeft ongeveer 3.000 woorden.

En ik maak er elke dag 1.

Om mezelf echt een deadline te geven, zei ik tegen mijn trouwste fan: ‘Ik ga je elke dag een verhaal toesturen.’

Als je het voor iemand doet, werk je altijd harder.

Dus dat deed ik.

Ik heb twaalf dagen twaalf mini-verhaaltjes gemaakt, die een groter verhaal vertellen.

Ik had echt geen flauw idee van wat het plot in mijn boek is en waar het verhaal naartoe ging.

Maar het ontstond in die 12 verhaaltjes.

Ik mocht van mezelf de vorige verhalen niet gaan verbeteren of aanpassen tijdens deze periode.

Al mijn schrijfenergie moest gaan zitten in doorgaan met bloeden.

Dus het kon maar zo zijn dat personage A in verhaal 1 nog een teamleider was en in verhaal 4 toch een directe collega was geworden.

Dat is progress.

Dit soort dingen fix ik allemaal bij het herschrijven.

De structuur van die mini-verhaaltjes is vrij helder. Ik probeer het personage een mini-inzicht te geven in die 3.000 woorden.

Ook gaf ik mezelf de opdracht om minimaal één hitsige scène per 3.000 woorden op papier te krijgen.

Niet per se geneuk.

Gewoon hijgen door de telefoon met elkaar telt ook.

Snap je?

Het mafste was dat ik er na drie dagen steeds meer in zat.

Die sleutelscènes werden intenser. Emotioneler. Hitsiger. onkerder ook.

Ik graaf elke dag steeds dieper in de ziel van het boek en merkte dat het ook invloed had op mijn mood.

Hoe donkerder het gevoel van Daan (hoofdpersonage), hoe donkerder mijn gevoelens waren die dag.

Het was een wisselwerking.

Does the body rule the mind or does the mind rule the body? I don’t know…

Was getekend, mijn favoriete band The Smiths.

Vervolgens heb ik een paar van die scènes gedeeld met een aantal van mijn vijfdaagse maillezers. Even de temperatuur aanvoelen of dit de juiste toon is.

Dat was het.

Ik zal eerlijk met je zijn.

Ik was niet van plan om van die twaalf sleutelscènes een boek te maken.

Ik wilde een digitale reeks schrijven en die later dit jaar verkopen.

Maar…

Het is boekmateriaal.

Ik zweer het je.

Dit moet op papier komen.

Zo goed is het.

Wat betekent dat nu die twaalf scènes af zijn, ik ze aan elkaar moet knopen voor een boek.

Een goed leesbaar, niet al te dik boek heeft ongeveer 50.000 tot 60.000 woorden. Met die twaalf scènes zit ik al op 33.000.

En… Het plot is voor 3/4 af.

Wat betekent dat ik alleen nog de laatste kwart erbij moet verzinnen.

Dat betekent dat ik al best ver ben!