Survivor: A Novel van Chuck Palahniuk

Ik weet het niet zo goed met schrijver Chuck Palahniuk. Ik bewonder zijn thema's enorm. Out of the box. Confronterend. Want kom op. Wie verzint nou een boek over een porno-actrice die het wereldrecord bedpartners voor de camera wil verbreken? Zo goed bedacht. Dat boek (Snuff heet het) heb ik overigens nog niet gelezen. Als je het een aanrader vindt, mail me.

Maar zijn schrijfstijl is wennen. Het is minimalistisch. Anders. Hij gebruikt elke keer dezelfde stijl-trucjes. Je weet in ieder geval wat je kan verwachten.

De opvolger van zijn debuut Fight club is Survivor: A Novel. De enige overlevende van een sekte wordt een media-icoon. Het lijkt op Fight club en tegelijkertijd ook weer niet.

Net als ik weer denk: ik vind zijn stijl niks, komt die weer met een hoofdstuk vol fantastische beschouwingen. Het zijn bijna mini-essays over onze samenleving, vertelt in fictievorm.

Zoals deze zin:

"Because the only difference between a suicide and a martyrdom really is the amount of press coverage."

Of deze:

“We all watch the same television programs,” the mouth says. “We all hear the same things on the radio, we all repeat the same talk to each other. There are no surprises left. There’s just more of the same. Reruns.” Inside the hole, the red lips say, “We all grew up with the same television shows. It’s like we all have the same artificial memory implants. We remember almost none of our real childhoods, but we remember everything that happened to sitcom families. We have the same basic goals. We all have the same fears.” The lips say, “The future is not bright. “Pretty soon, we’ll all have the same thoughts at the same time. We’ll be in perfect unison. Synchronized. United. Equal. Exact. The way ants are. Insectile. Sheep.” Everything is so derivative. A reference to a reference to a reference. “The big question people ask isn’t ‘What’s the nature of existence?’” the mouth says. “The big question people ask is ‘What’s that from?’”

De belofte van Pisa - Mano Bouzamour en Alleen met de Goden - Alex Boogers

Ik las toevallig twee Nederlandstalige coming of age boeken achter elkaar. Beiden hoofdpersonages zijn elf jaar oud, komen uit een moeilijk milieu en willen geen slachtoffer zijn van hun maatschappelijke positie.

De belofte van Pisa van Mano Bouzamour gaat over Sam. Hij kijkt enorm tegen zijn broer en zijn beste vriend op. Hij moet slagen van zijn broer. Zijn vwo-diploma halen. Terwijl de broer en zijn vriend worden opgepakt voor een roofoverval op een geldtransport en de gevangenis in gaan, probeert Sam deze gemaakte belofte bij ijssalon Pisa na te leven. Het boek speelt met vooroordelen over Marokkanen. Het zit vol testosteron en rebelse scènes. Het is een enorm optimistisch boek.

Het boek Alleen met de Goden van Alex Boogers gaat over opgroeien in een volksbuurt in Rotterdam. De vader van de hoofdpersoon gaat de gevangenis in en hij blijft alleen achter met een hysterische moeder. Hij vindt in boksen een manier om te ontsnappen van de straat en van zijn opgekropte woede.

​Het boek zit niet vol bravoure en testosteron, zoals in Pisa. Het is een heel kwetsbaar boek. De eerste seksuele ervaringen met de dochter van een vriendin van zijn moeder, is zo puur geschreven. De onhandigheid. Het gepruts onder de dekens. Terwijl haar broer met een hand in zijn broek door de deurkier mee zit te gluren. Maar ook hoe zijn beste vriend zich enorm opwindt dat Aaron niet begrijpt hoe het is om zwart te zijn op een witte school. Hoe zijn moeder hem elke keer weer duidelijk maakt dat Aaron ongewenst was en haar leven heeft verpest is hartverscheurend. Het is tragisch, maar niet zwaar. Aaron vindt zijn mantra in dat je op niemand kan bouwen behalve jezelf. Totdat hij verliefd wordt...

Voor als je niet veel leest.

De belofte van Pisa

Alleen met de goden

Otmars zonen - Peter Buwalda

Ik houd niet van dikke boeken en ik houd niet van ingewikkelde lange zinnen. Buwalda wel.

Dat heb ik geweten ook.

Ik moest regelmatig het woordenboek erbij pakken om iets te begrijpen van wat hij schreef.

Zoals deze passage:

Ondanks de duizenden kilometers afstand klinkt Juliette dichtbij, hij kan haar vrijwel liploze, gespannen mond uittekenen, en ook weet hij precies hoe ze erbij staat, in hun nog schemerige kamer en suite, het is fris en vroeg in Overveen; de stoffen rolgordijnen die er nog hangen van de vorige bewoners heeft ze al opgehesen, dat hoort hij haar ’s ochtends altijd als eerste doen wanneer hij nog boven in bed ligt uit te wasemen.

​Wasemen... Wtf? Wat betekent dat?

Of dit:

Haar kussenachtige gezicht parelend, boven haar gespannen mond een zweetsnor die ze om de paar minuten draineerde met het puntje van haar tong.

Hij houdt wel van mooischrijverij laat maar zeggen.

​Dat is niet my cup of tea. Vertel me gewoon het verhaal, zonder oponthoud.

De ander roemt hem hier juist om, dus laat je niet tegenhouden door mijn leesvoorkeur.

Dat gezegd hebbende. Het boek is heerlijke escapisme. Om even een ingewikkeld woord te gebruiken :).

​Buwalda is niet vies van vunzige scènes. Ik houd daar ook van.

​Zoals hoe hoofdpersoon Ludwig stiekem de kamer van zijn huisgenoot Isabelle ingaat om in haar bed te stappen en zich daar af te trekken. Heerlijk. Of de obsessie voor zijn gele oordopjes die opeens in het oor van zijn bedgenoot zitten. Isabelle. Maar dan jaren later.

Ludwig werkt voor Shell en zit ingesneeuwd in Rusland en komt daar zijn oude huisgenoot en journaliste Isabelle tegen. Ze zijn daar beiden om af te spreken met de directeur van een oliebedrijf, Hans Tromp. Hij vermoedt dat het zijn echte vader is. Zij heeft een SM-relatie gehad met hem, jaren geleden.

Het leest soms net als een thriller.

​Soms was ik het spoor volledig bijster door de lange niet te volgen zinnen, flashbacks en flashbacks in een flashback en dan weer een flashforward. Of viel ik bijna in slaap door pagina's lange dialogen over Beethoven en de beste type piano om een bepaald muziekstuk op te spelen. Maar op andere momenten kon ik me zo goed een voorstelling maken van de scène. Wat een talent.

Voor als je veel leest.

De afwezigen van Lieke Kezer.

De afwezigen is het tragisch verhaal van Joshua James. Hij verliest zijn moeder. Zijn pa kijkt nauwelijks naar hem om. Hij vindt zijn verdriet in de saxofoon en wordt daar wereldberoemd mee. In de dertig jaar die komen, volgen we in elk hoofdstuk een ander personage die Joshua ontmoet. Wat ze bijna allemaal gemeen hebben is dat ze iemand missen in het leven. Zwaar thema. Geen zware kost.

Voor als je regelmatig leest.

In de buik van de wolf van James Worthy

Het is bijna meer een essay dan een roman. Het hoofdpersonage zit in een identiteitscrisis en is depressief en vlucht naar Groningen om erachter te komen wat hij echt belangrijk vindt in zijn leven. Daar krijgt hij hulp van een oude man. Of helpt hij de oude man? Een zoektocht naar zingeving, liefde voor een zoon en de houdbaarheid van een relatie. Soms rake zinnen. Soms een wat lange zit.

​Voor als je regelmatig leest.​

Rustig aan tijger van Joost de Vries

Een aantal korte verhalen over oppervlakkige millenials die affaires beginnen, in New York feesten en in Dubai badderen. Proza. Best vermakelijk.

Voor als je veel leest.

The informers van Bret easton Ellis (Engels)

Een verhalenbundel van mijn favoriete schrijver Bret Easton Ellis. De korte verhalen zijn een mix qua stijl van zijn boeken American psycho, Less then zero en the Laws of attraction. Het lijkt meer een stijloefening dan dat 'ie iets vernieuwends probeert. Wat elk verhaal kenmerkt zijn de nihilistische egoïstische personages die het gevoel van zingeving en moraal allang zijn verloren. Met het laatste verhaal als moreel dieptepunt: de moord op een kind. Want, waarom ook niet? Het verhaal over de verveelde rockster die uit verveling tijdens de seks groupies in elkaar slaat vond ik het meest geestige. Veroordeel me daar alsjeblieft niet om.

Voor als je regelmatig leest.​

​Je kan me ook op Goodreads volgen. De IMDB van de boeken, maar dan met meer social functies. Volg me en ik volg jou.