Op het eerste oog was Jodie een mooie onschuldige jonge vrouw in mantelpak.

Schone schijn.

Haar gezicht was van staal. Haar stem nasaal, op het zeurderige af en haar lichaamstaal verried dat ze een of andere hoe-overtuig-ik-mensen-non-verbaal-cursus had gevolgd.

Ze had het slechtste met me voor. Ze wilde me niet helpen. Ze probeerde me een reis regelrecht naar de hel aan te praten. Zo’n schreeuwende vlieg-voor-een-euro-naar-Ibiza-advertentie. Het enige wat ik hoefde te doen was mijn eigen wil op geven. Ik hoefde alleen maar te geloven in haar loze beloftes. ‘Stap in. Kom dichter bij je zelf. Echt waar.’ Wat had ik te verliezen? Geld? Waardigheid? Trots?

Gek, hoe ze in mijn hoofd binnen enkele minuten van ‘we kunnen beste vriendinnen worden’ naar ‘ik ga je zo echt wurgen’ ging.

We zaten aan een kleine tafel bij het raam in het restaurant van een Van der Valk hotel in Utrecht.

‘Waarom wil je dit’, zei ze met die afschuwelijke zeurderige nasale stem.

‘Gewoon’, zei ik.

Ze maakte me zo onzeker met haar ogen. Ik wist niet wat ze wilde horen.

‘Zeg niet gewoon.’

‘Ik wil graag werken’, zei ik.

‘Fout. Zeg: ik wil graag het beste uit mezelf halen.’

‘Ik wil graag beter worden.’

‘Beter in wat?’

‘Gewoon. Ik weet het niet.’

‘Wat zou je doen met één miljoen pingpongballen?’

‘Ik snap ‘m niet.’

‘Stel. Ik bezorg je een miljoen pingpong ballen. Wat zou je ermee doen? Vertel het me.’

‘Jeetje.’

Mijn hoofd blokkeerde.

‘Niet te lang nadenken. Het eerste wat in je opkomt is vaak het beste antwoord.’

‘Een kuil graven en ze daarin doen, denk ik?’

‘Om erin te gaan zwemmen?’

‘Nee. Om de kuil dicht te gooien en er nooit meer aan denken.’

Prima plotwending. Al zeg ik het zelf.

‘Want?’

‘Ik vind dat niemand recht heeft op zoveel pingpongballen.’

‘Okéééé.’

Ze rolde met haar ogen.

Shit. Ik had wat anders moeten zeggen. Maar ze zei dat mijn eerste gedachte telde. Ze had me voor de gek. Ze was de duivel zelf. Nu wist ik het zeker.

‘Uhm. Ik dacht dat die pingpongballen een, een analogie voor geld was. Ja’, stotterde ik.

‘Hoe bedoel je?’

‘Kijken of ik het voor het geld doe toch? Me testen?’

In mijn hoofd klonk het heel logisch.

‘Je zoekt echt te veel achter de vragen’, zei ze met een zucht.

‘Oké. Het zijn ook rare vragen.’

‘Juliette. Kom op’, zei ze fel.

Dat kwam eruit voor ik er erg in had. Dom. Dom. Dom.

And I've been putting out fire with gasoline. – David Bowie.

‘Juliette. Luister. Je energie is laag. Je overtuigt me niet. Het is geen spel met woorden. Het draait om uitstraling. Gretigheid. Frisheid. Dat is wat ze willen zien bij een sollicitatie.’

‘We hebben het nog steeds over die functie bij de receptie toch?’

‘Ja. Poortje voor auto's opendoen, mensen welkom heten en telefoon opnemen.’

‘Oké. Dat kan ik.’

‘Je bent het uithangbord van het bedrijf. Mensen zien jou als eerste en de eerste indruk telt. We zijn geen ongeïnspireerd ‘gewoon ik zie wel’-bedrijf. We zoeken iemand met passie. Met bevlogenheid. Iemand die het beste uit zichzelf wil halen en de klant altijd op nummer 1 zet. Altijd.’

‘God. Ik wil dit graag. Ik wil dit echt. Maar ik weet hoe ik dat moet laten zien. Ik kan niet eens mijn studie afmaken. Ik kan niet eens een man voor de rest van mijn leven bij me houden. Ik wil dit echt. Maar ik weet niet of ik dit wel kan.’

‘Zeg niet dat je het niet kan. Zeg: ik verleg graag mijn grenzen. Ik ga graag de uitdaging aan.’

‘Ik voel me zo’n robot nu. Als ik dit zou zeggen komt het nooit goed over.’

‘Het gaat niet om het antwoord. Het gaat om het gevoel. Je moet jezelf zijn en tegelijkertijd ook niet. Snap je? Ik wil dat je deze woorden gaat oefenen voor de spiegel, net zolang tot je het diep in je voelt. Dan ga je het uitstralen. Uitstraling is alles. Het is key.’

‘Oké. Dat lukt me wel…’

Key. Voelen. Uitstralen. Succes. Genoteerd.

‘Weet ik. Je gaat me niet teleurstellen’, zei ze.

Wie hield ik voor de gek.

‘Ik kan dit niet’, zei ik en sloeg mijn handen voor mijn ogen.

‘Kom kom.’

‘Ik kan dit gewoon niet zeg ik toch?’

‘Wat hebben we nou afgesproken?’

‘We? We? Ik ben gewoon... Ik wil het beste uit mezelf halen en tegelijkertijd ook niet.’

‘Weet ik.’

‘Niemand neemt me aan. Ik zou mezelf niet eens aannemen.’

Eerlijk gezegd wilde ik even voor een minuut niet leven in deze harde onpersoonlijke wereld. Ik was hier niet voor gemaakt.

‘Oké. Nou niet hyperventileren Juliette. Kijk. Even onder ons. Als vrouwen. Luister. Kijk me aan.’

Ik haalde mijn handen voor mijn ogen weg en zag voor het eerst warmte in haar blik.

‘Laat je twijfel nooit aan een man zien. Huil niet voor ze, uit je gevoelens niet voor ze en zeg zeker niet dat je iets niet kan. Ze zijn te stom om te begrijpen dat als je A zegt waarschijnlijk B bedoelt. Mannen zijn jagers. Ze gaan recht op hun doel af. Ze interpreteren woorden naar hun betekenis. Ze snappen niet dat er een wereld onder verborgen zit. Dus maak daar gebruik van.’

‘Oké.’

‘Dus dit wat je nu aan het doen bent. Dat gehuil en gejank in zelfmedelijden… Doe dat nooit meer in je leven in een zakelijke omgeving. Nooit.’

‘Sorry’, zei ik. ‘Je hebt gelijk. Ik kan het. Absoluut. Ik kan het.’

Het kwam er krachtiger uit dan ik bedoelde.

Ik zag haar opfleuren.

‘We kunnen de mannen naar onze eigen hand zetten’, zei ze. ‘Het enige wat we moeten doen is onze onzekere hypersensitieve gevoelige twijfels niet meer uiten. Als je dit snapt is alles mogelijk in het leven. Alles.’


Volg me via WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'feest is AAN' met je voornaam naar mij
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je niks.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.


7️⃣ Je leest een verhaal uit de reeks Zeven
📖 Koop m'n eerste boek Vrouwen die Charlie haten >
📗 Koop m'n blogs, gebundeld in een boek Digital love >
📜 Koop poster Nooit genoeg tijd >
📞 Laten we appen (algoritme vrij) >
📷 Foto via @alebauducco


Like me op Facebook
Achtervolg me op Instagram