We zaten in 't Gras van de Buren in Utrecht. Maar ik stond liever onder de douche. Urenlang.

Nik zat tegenover me. Ik had me voor de vorm gewassen, geschoren en schone kleding aangedaan. Hij mocht weten dat ik een kluizenaar was. Ik had moeite met praten en luisteren. Nik merkte het op, maar zei er niets van.

Pas na vijf biertjes had ik het idee dat ik weer mezelf werd. Vrolijk, cynisch, vervelend.

‘Dus heb je het met Anna gedaan?’ Vroeg Nik aan me.

‘Ja.’

‘Ze is kwetsbaar weet je. Je kunt haar niet nemen alsof het een of ander lustobject is.’

‘Fok dat. Op de eerste plaats wilde ze mij en niet andersom. Ten tweede, fok dat. Waar bemoei je trouwens mee. Sinds wanneer bespreken wij elkaars “liefdesleven”.’ Zei ik.

Nik was de enige vriend die ik had die al samenwoonde. Ik moest eigenlijk gewoon weigeren hem mijn vriend te noemen. Maar ik wist dat hij gelijk had. Anna was geen lustobject. Maar ze was wel christelijk en lekker. Bovendien vroeg ze er zelf om.

‘Luister, sinds die vriendin van Anna – Rachel - de hele tijd met mijn vriendin Liselotte loopt te whatsappen en te bellen – ben ik er best wel een klein beetje klaar mee. Het erge is, dat mijn vriendin het vervolgens met mij gaat bespreken wat ze met Rachel heeft besproken. Over jou. Begrijp je Charlie?’

‘Sorry voor dat, denk ik.’

‘Ze hebben het er al weken over. Dat is niet gezond. Charlie, hoe krijg je het voor elkaar om al die brave christelijke meiden zo van streek te maken. Hoe krijg je dat nou voor elkaar? Don Juan. Los het alsjeblieft op ja?’

‘Hoe.’

‘Weet ik veel. Zeg sorry tegen iedereen. Anna, Rachel, Maria.’

‘Sorry?’

‘Sorry.’

‘Ik zeg geen sorry. Zij moeten sorry zeggen. Waarom zou ik sorry zeggen? Voor wat?’

‘Oké. Ooit wel eens gehoord van inlevingsvermogen? Het maakt mij niet uit hoe je het oplost. Ik wil gewoon dat dat gezeik over jou ophoudt. Ik wil rust. Zij willen rust. Jij hebt rust nodig. Je ziet eruit als kluizenaar.’

Hoe kon ik nou eruit zien als een kluizenaar? Ik had me gewassen, geschoren en schone kleding aangedaan!

Ik: ‘Oké burgerlul. Je bent gewoon jaloers dat ik wel een spannend liefdes leven heb. En meiden over mij praten. En niet over jou.’

‘Wat? Rot op vent,’ zei Nik beledigd. Maar dat boeide me niets. Hij was een burgerlul.

Ik ging geen sorry zeggen. Sorry was iets voor mensen die weet ik veel wat waren.

Zwakzinnigen.

‘Praat met Rachel.’

‘Mooi niet.’

‘Serieus gast. Je ziet er niet uit.’

‘Klopt,’ zei ik. ‘Ik heb geen zin meer om op te staan. Bovendien heb ik zin om nu te gaan te douchen.’

‘Je hebt wat leven nodig. Ga morgen met me mee naar een feestje.’

‘Nee.’

‘Het is een feestje op een boot. We stappen morgenmiddag bij de Meernbrug op en varen dan over het Amsterdamsrijnkanaal. ’s Nachts dropt de schipper ons weer af in Utrecht. ’

‘Een boot?’

‘Zo’n kleine party boot.’

‘Ik heb het niet zo op boten.’

‘Want?’

‘Ze geven me het idee dat ik niet met twee voeten op de grond sta.’

‘Sjezus. Charlie, ik meen het. Kom uit die *ik neem de telefoon niet op en lig de hele dag lekker in bed-*cocon van je. Kom op man. Aansteller.’

'Je bent zelf een aansteller.'

Eerste bericht | < Vorig bericht Volgend bericht >