Gepubliceerd tussen 7 december 2012 - 20 mei 2013.

Koop het e-book Vrouwen die Charlie haten deluxe en ontvang episode 1 tot en met 10 in een mobielvriendelijke PDF erbij.

1. De bucketlist

lamp amerika vlag trui

De bucket list. Ik vond het een leugen. Een toneelstuk van de goede burger. Voor de vorm maakte iedereen maar een lijst van toeristische plekken, wat narcistische wensen en vreemde dromen, maar ze lieten hun grootste seksuele fantasieën weg.

Nergens las ik de wens om eens een hoer te bezoeken in een gure steeg, afspreken met een escortmeisje in een heel duur hotel, een vreemdeling naar huis nemen, een trio regelen, een avond tien vrouwen zoenen, seks hebben in de straten van New York, je vriendin bevredigen in de lift van de Eiffeltoren. Ik hield niet van lijstjes.

Toch had ik er een gemaakt, onder druk van drie vage kennissen waar ik alleen ’s nachts dronken mee omging.

Ik heb het opgeschreven op een bierviltje.

  • Een gothic nog depressiever maken dan ze al was
  • Een bekend model in bed krijgen
  • Een gebruikte string van een oppervlakkig Amerikaans meisje stelen

2. Hoe je verschil maakt in deze ongevoelige wereld

Hipster. Op een verkeerde manier. Johan probeerde iets te zijn wat hij nooit kon worden. Een veel te suffe bril en veel te rare kleding: Hij begreep het niet.

Hij was een kerel die als kind met een pleister op zijn oog rondliep. Hij was een kerel die als kind plasinstructies mee kreeg van zijn moeder voor zijn basisschool juffrouw. En al deze jeugdtrauma’s resulteerden in hipstergedrag.

Hij was een kind dat altijd aan de hand genomen moest worden, omdat hij anders verdwaalde. Hij was een kerel die zijn sokken verkeerd om aan droeg. Hij was een kerel die dacht dat hij het verschil kon maken.

Het verschil.

Ik kwam hem tegen in een kroeg, in een steeg waar niemand dood gevonden wilde worden.

‘Ik wil graag een verschil maken als individu in een wereld die om niets lijkt te geven,’ zei Johan dronken tegen me in een volle kroeg vol studentikoze types en eenzame blondines.

Verschil. Hij ergerde me. Wie liet hem weggaan.

‘Ik zou je eens wat vertellen over verschil,’ zei ik. ‘Verschil is mijn linkerbil vergeleken met mijn rechter testikel. Dat is verschil.’

‘Je begrijpt het niet man. Verschil. We moeten verschil maken. Ver-schil. Snap je. Schil. Als in: Wil. Verwillen. Begrijp je me?’

Hij hing om me heen en probeerde iets in mijn ogen te zoeken dat leek op: Begrip.

Hij was te dom voor deze wereld.

‘Ze moet met me dansen. Vertel me Charlie hoe ik het verschil kan maken door haar met mij te laten dansen.’

Hij wees naar een jonge dame die zich in een te strakke jurk had geperst. Ze zat aan een tafel champagne te drinken door een rietje.

‘Zou ik eens een verschil voor je maken en vragen of ze met je wil dansen?’ Vroeg ik.

‘Wil je dat echt doen? Echt? Bedankt. Doe het.’

Dus stapte ik op haar af en zei: ‘Die gozer daar is zo’n jongen die vroeger met een pleister op zijn oog rondliep. Zo’n jongentje met plasinstructies. Hij wil nu het verschil maken en graag met je zoenen. Vertel me, wat moet ik doen om met jou te zoenen?’ Ze keek me schaapachtig aan en staarde toen naar Johan.

‘Wat een loser is hij zeg,’ antwoordde ze. ‘Het gaat niet om het verschil. Het gaat erom wat je doet.’ Dus zoende ik haar. En zoende ze me terug.

Toen ik vijf minuten later keek naar Johan, zat hij depressief aan een tafeltje whisky te drinken.

Ik liep op hem af en stak mijn hand uit als een gebaar van openheid. ‘Ze is van jou.’

3. Trojaanse verbijstering

Nik: Ze gaat vreemd

Ik: Liselotte? Nik: Ja.

Ik: Hoe kom je daarbij?

Nik: Geruchten. Tweedehands nieuws.

Ik: Je hebt al jaren met haar verkering. Waarom zou ze?

Nik: Ik vraag het me ook af. Wat een fout woord zeg. Verkering. Toen ik in groep 7 zat had ik ‘verkering’, met Michelle. Ze was een hoer. Ik was haar vijfde vriendje in amper een jaar tijd. En toch viel ik als een blok voor haar.

Ik: Heftig.

Nik: Ik moet het zeker weten dat ze loyaal is, Charlie. Ik wil niet nog een keer gekwetst worden zoals Michelle me toen kwetste. Achter mijn rug om, tongzoenen met Jorg. Jorg was een jaar jonger dan ik! Begrijp je?

Ik: Tongen in groep 7?

Nik: Ik zei het je, ze was een hoer.

Ik: Blijkbaar.

Nik: Ik ben van plan om een megavakantie te boeken naar Australië. Het zou zonde zijn als ik een ticket voor Liselotte koop terwijl ze met jan alleman aan het neuken is. Ik: Shit… Australië. Wat moet je daar?

Nik: Kanaries kijken.

Ik: Kanaries? Ze hebben daar toch kangaroes?

Nik: Dat bedoel ik. Kanaries, koala’s, kangaroes.

4. Trojaans verzoek

Nik: Je moet haar versieren.

Ik: Wie.

Nik: Liselotte.

Ik: Wat?

Nik: Doe nou niet alsof je nog nooit gefantaseerd hebt over mijn vriendin.

Ik: Ik weet niet waar je het over hebt. Ik ben een degelijke jongen. Ik doe daar niet aan.

Nik: Ik wil dat je haar versiert. Ik moet weten of ze gevoelig is voor charmes van mannen. Je bent een degelijke en knappe jongen. Als ze jou weerstaat, kan ze iedereen weerstaan. Snap je? Dan kan ik een ticket kopen naar Australië. Er geldt twintig procent korting als je ‘m voor twee personen koopt.

Ik: Ik volg je niet helemaal. Waarom moet ik je vriendin versieren? Vraag het haar of ze vreemd gaat. Onderzoek het desnoods. Maar waarom moet ik in godsnaam je vriendin versieren?

Nik: Zoals ik al zei. Je bent een degelijke jongen.

Ik: En wat als ze me zoent? Moet ik dan ‘betrapt’ roepen?

Nik: Zoenen? Wie heeft het over zoenen? Verdomme. Versieren. Flirten. Kijken of ze terugflirt. Probeer een vervolgafspraak te maken. Kijk of ze geprikkeld wordt om iets met andere mannen te doen. Jezus. Wie heeft het over zoenen? Zo ga je haar nog neuken. Hallo. Als ik wil dat ze geneukt wordt, dan ga ik er zelf toch wel dagelijks naar Tilburg toe?

Ik: Je verwacht toch niet dat ik naar Tilburg ga?

Nik: Liselotte komt niet naar je toe vliegen. Je moet haar spontaan ‘overvallen’.

Ik: Wie betaalt mijn treinticket?

Nik: Dat jij, nota bene jij begint over geld. Je mag mijn vriendin versieren! Kom op! Dat weegt toch niet op tegen een treinkaart?

Ik: Ik mag haar niet eens zoenen!

Nik: Sjezus. Je snapt het ook ni… Laat maar. Ik ben hier te stoned voor.

Ik: Wat een raar verzoek.

Nik: Je gaat naar Tilburg. Overvalt haar met een smoes. Trekt een dag met haar op. Flirt met haar. Kijk of ze terugflirt, maar vertel verder niets. ’s Avonds rapporteer je alles aan mij. Alles. Tot in detail. Dan zal ik in conclaaf met mezelf en KLM gaan. Begrijp je?

5. Trojaanse strategie

Liselotte: Hé Charlie, Nik zei al dat je langskwam.

Ik: Nik denkt dat je vreemd gaat. Ik denk dat Nik is doorgedraaid.

Liselotte: Dat weet ik niet. Jij ziet hem vaker dan ik.

Ik: Ga je vreemd?

Liselotte: Met wie?

Ik: Er zijn geruchten….

Liselotte: Er doen altijd geruchten te ronde over mij. Ik denk dat het jaloezie is van jongens die me willen hebben. Ze praten de hele avond tegen me, proberen tegen me aan te rijden en te dansen, halen Pepsi voor me. En dan komen ze er, totaal dronken en niet voor rede vatbaar, achter dat ik bezet ben. Dat frustreert, Charlie. Je zal daar eens een onderzoek naar moeten doen.

Ik: Dus jij denkt dat een gefrustreerde puber van achttien jaar geruchten verspreid die zelfs Utrecht bereiken en dan via een of andere manier in het oor van Nik worden gefluisterd?

Liselotte: Nee. Ik wil zeggen dat er altijd mensen over me praten. Schoonheid heeft zijn prijs.

Ik: Wat moet ik hiermee? Hij stuurt me op pad om jou te versieren. Hij wil bewijs dat je vreemd gaat. En nu ben ik hier en nou krijg ik dit gezeik te horen.

Liselotte: Moet je me versieren? Spannend hoor. Heb je wel een schone onderbroek aangedaan?

*Ik: *Rot op.

Liselotte: Ik denk juist dat Nik vreemdgaat. Hij wil jou nu gebruiken om zijn eigen gedrag te legitimeren. Ik bedoel, als ik vreemdgaat, mag hij toch ook officieel vreemd gaan?

Ik: ‘Als ik vreemd ga, dan mag mijn vriendin ook vreemdgaan.’ Dat zeg je nu. Dat is jouw retoriek. Jullie zijn gestoord.

Liselotte: Sterker nog. Ik denk voor 80 procent dat hij vreemdgaat. Hij smst veel. Ik ken jongens. Jullie soort smsen alleen veel naar een dame. Dus wat weet jij daarvan? Gaat hij vreemd?

*Ik: *Hij is mijn vriend en mijn huisgenoot, maar wat hij in het weekend doet met zijn piemel is zijn zaak. Daar ga ik niet over. Daar wil ik niet over gaan en daar ga ik nooit iets over euh, gaan willen doen.

Liselotte: Dus als hij vreemd gaat, dan mag ik technisch gezien ook vreemdgaan. Toch?

Ik: Ik wil hier niet tussen staan. Ik word op pad gestuurd om je zogenaamd te versieren, zolang het niet ‘fysiek’ word en nu begin jij een lul verhaal dat hij vreemdgaat. Jullie probleem is nu mijn probleem. Ik wil geen probleem. Ik wil vrede. Snap je Liselotte? Niets meer dan vrede.

*Liselotte: *Voor vrede moet je naar New York gaan, naar het VN gebouw. Ik wil dat jij polst bij Nik of hij is vreemdgegaan het afgelopen jaar. En als je dat niet doet, zeg ik even fijn tegen Nik dat je me wel ‘fysiek’ hebt versierd. Begrijp je me, Charlie?

6. Trojaanse soap

Ik: Ze denkt dat jij vreemdgaat.

Nik: Hoezo? Onmogelijk. Dat kan ze niet weten en wat ze niet weet is ook nooit gebeurd. Plato, je zou meer Plato moeten lezen.

Ik: Ik wil me er niet meer mee bemoeien. Zoek het zelf uit.

Nik: Ik zoek niets uit. Ik stuur jou op een missie en je komt met dit gezeik terug? Dit gezeik!?!

Ik: Ik krijg nog geld van je.

Nik: Voor wat.

Ik: Treinticket naar Tilburg.

Nik: Waarom?

Ik: Liselotte wist dat ik kwam. We hadden afgesproken dat ik onverwachts zou langskomen. Dokken.

Nik: Maar… maar… dat heb ik niet verteld.

Ik: Maar, wie dan wel?

7. Nieuwjaar

In zijn witte broek en witte shirt met een open geknoopte witte blouse erover heen. Met zijn grijze junk baard en warrig krullerig kapsel en een huid van een oude uitgeleefde roker stond hij naar me te staren.

Op nieuwjaarsochtend.

Minutenlang.

Ik vroeg hem wat het probleem was, bij een bushalte op de Biltstraat. Waar ik de kruitdampen nog rook.

Hij zei: ‘Jij bent het probleem!’

Ik negeerde hem, stapte in de bus en kwam hem nooit meer tegen.

8. Liefde, maar dan omgekeerd

Nooit gedacht dat ik iemand zo kon haten als Sasha. Nooit gedacht dat mijn beste vriend Kurt zo gelukkig kon zijn met zo’n op zichzelf gericht meisje.

Ze had een leuk snoetje.

Nooit gedacht dat er zoveel haat door mijn aderen kon stromen.

Het gaf me een kick.

Nooit gedacht dat zij hetzelfde over mij dacht. Ik had het in haar ogen moeten zien.

Ik voelde me vereerd.

Kurt zag het niet. Hij kon het niet zien.

Als hij keek glimlachten we naar elkaar. Als hij wegkeek was er intense haat.

Haat, waarmee de wereld in evenwicht kon blijven.

9. Huisgenoten zijn, is iets intiems

Kurt was mijn beste vriend en huisgenoot. We roken elkaars binnenste op de meest vreemde momenten.

Zijn vriendin Sasha was er regelmatig. Ze negeerde me, maar ik aanschouwde ze beiden. Ongewenst. Ongevraagd. Het gebeurde gewoon.

Ik hoorde hoe ze elkaar noemden als ze dachten dat niemand luisterde: (Zij heette Ponytail en hij dekhengst).

Wat ze elkaar gaven om de ander even gelukkiger te maken: (Chocolade voor haar, een zak borrelnoten voor hem)

Hoe ze met elkaar ruzie maakten: (veel gescheld en gesmijt met spullen, als een slechte scene uit een film)

Wat voor geluiden ze maakten als ze de liefde bedreven: (zij deed een puppy na, hij een brullende gorilla)

Het was een eigenaardig iets, op iemands huid leven. Ik was als een vlieg op de muur.

Ik wist meer over hoe ze met elkaar omgingen, dan zij ooit zouden kunnen zelf reflecteren.

Ik had nooit gedacht dat het zo zou eindigen…

10. De oorlog is over

Het geruzie was tot in Woerden te horen. Dagenlang.

De inhoud interesseerde niemand meer.

Ze moesten elkaar continue pijn doen. Met woorden.

Links of rechts om.

Ik schrok ervan dat Kurt en Sasha besloten te stoppen met hun relatie.

Ik mocht haar niet, maar ik zag dat ze voor elkaar waren gemaakt.

Als ze bij elkaar waren straalden ze een energie uit die niet was te vatten in een zin.

Het had effect op iedereen in de ruimte. Het leven bruiste in die twee. Dat moest doorgegeven worden.

Maar het liep anders.

Ze verstikten elkaar met hun drang om elkaar te vormen naar eigen wens en inzicht. Zoals Frankenstein iets perfects probeerde te creëren.

Ze controleerden elkaar tot in den treure, omdat ze te angstig waren alleen achter te blijven. Waardoor ze dus uiteindelijk alleen achterbleven.

Alleen en verdrietig.

11. De oorlog is over (2)

Ik hoorde de slaapkamerdeur van Kurt knallen.

Toevallig kwam ik in mijn slippers en onderbroek uit de badkamer gelopen.

Een betraande Sasha keek me aan en rook de zoete lucht van de shampoo in haar neus en trok een vies gezicht. Haar make-up was uitgelopen van haar bittere tranen en ze zei:

‘Je hebt je zin, ik vertrek uit jullie levens.’

Toen liep ze stampvoetend en theatraal naar beneden, zoals alleen zij theatraal stampvoetend naar beneden kon lopen: kin omhoog en schouders naar achteren.

Ik ging naar Kurt toe en ging naast hem zitten op zijn Ikea-bank. Hij zat ingedoken in elkaar met zijn handen verstopt in zijn handen.

Ze hadden elkaar emotioneel gesloopt.

‘In een oorlog zijn er geen winnaars. Alleen maar scherven,’ zei ik voor ik er erg in had.

Kurt toonde geen reactie. Ik wist niet wat ik moest doen en zei toen: ‘Geen hand vol maar een land vol.’

Ik pakte Kurt vast en gaf hem een knuffel. Hij knuffelde niet terug en voor het eerst voelde ik me vervreemd van mijn beste vriend die ik al meer dan tien jaar kende.

We waren ver van elkaar verwijderd. Sasha had veel kapot gemaakt.

12. Exit

vrouw onderbroek

Hij hield niet meer van me. Ik zag het in Kurts ogen. Hij begreep mij niet en ik herkende hem niet meer terug. Hoeveel vuile woorden zou inmiddels zijn ex-vriendin Sasha over me gesproken hebben?

Ik zou het nooit te weten komen. We waren niet de mannen die even in een avond al onze gevoelens blootlegden.

Ik had een vermoeden dat Kurt het niet kon verkroppen dat ik hem Sasha niet gunde. Althans, hij dacht dat ik het hem niet gunde.

Dit zal nooit meer goed komen. Het maakte me in de war.

Alsof ik een tienjarige relatie voor mijn ogen zag verdwijnen.

Alsof we samen niets hadden meegemaakt.

We hadden verdomme samen met onze andere vrienden Psycho killer opgezet.

Sjezus, dat stond toch voor iets?

Het leek er niet meer toe te doen.

We waren van elkaar vervreemd.

Ik belde hem niet meer als ik een meisje in bed had geluld. Hij belde niet om simpele zaken te bespreken als het kopen van een nieuwe fiets of computer.

We hadden elkaar niet meer nodig voor die kleine gesprekjes die vrienden voeren omdat het zo simpel kan zijn: Het leven.

Maar dat hij uiteindelijk met haar er vandoor zou gaan…

13. Control alt delete

Hij was me aan het stangen. De hele avond al. Op een Psycho killer-feest. Alles wat ik zei, moest Kurt ontkrachten of weerspreken.

Het maakte niet uit wat. Alsof ik iets van hem gestolen had.

Waar was zijn ex Sasha. Om hem tot bedaren te brengen.

Nik probeerde de vrede te stichten.

‘He jongens,’zei Nik, 'Wat is het probleem tussen jullie twee. We komen godverdomme nergens als jullie continue lopen te zeiken. Verlaat alsjeblieft deze ruimte en laat ons de zaken opknappen. Hoor je me?'

Ik keek Kurt aan en zei: 'Lul, wat is je probleem.'

‘Het probleem is dat jij je als een playboy opstelt sinds we begonnen zijn met Psycho killer. Wie denk je wel niet dat je bent?’ Zei Kurt recht in mijn gezicht.

Dus ik was een playboy, jaloerse hond.

Ik begon een tirade dat hij wenste zoveel vrouwenogen aan te kunnen trekken als ik, waarop hij zei dat ik mezelf niet meer was.

Zoals met elke Psycho killer ruzie, begon de rest zich er ook mee te bemoeien.

Martijn vond dat Kurt zelf een playboy was, Nik riep dat we elkaar niet moesten afzeiken en Sjoerd nam weer eens geen standpunt in wat me ontzettend ergerde en ik ook direct in zijn gezicht zei.

Na een kwartier gescheld en geschreeuw verliet Kurt de ruimte, schold Nik me uit dat ik ook moest vertrekken en Psycho killer zo veel schade toe bracht.

Ik ging aan de whisky en werd zo dronken dat ik naar huis gedragen moest worden. De volgende drie dagen heb ik ziek in bed gelegen, denkend aan Berlijn.

14. Aantrekken, afstoten

Jessie was een boomerang. Hoewel we nooit gelukkig konden worden en we elkaar soms maanden niet zagen, was er altijd weer die vonk als haar ogen mijn ogen ontmoette.

Ze spoorde niet en ze was vies.

Maar onze lichamen hunkerden zo naar elkaar, dat ik haar niet kon negeren als ze dronken was.

Ze negeerde mij helaas al een paar maand. Het hoorde bij ons ingewikkelde spel van aantrekken en afstoten.

Ze was nu in een afstoot fase beland.

Een fase die ik lijdzaam moest ondergaan. Wachtend tot ze me in het nachtleven van Utrecht weer in de armen sloot.

Zodat ik haar een aantal dagen later weer kon uitschelden en we met ruzie uit elkaar gingen.

Totdat afstoten niet meer aantrekken werd en ik me afvroeg waar het mis was gegaan.

Totdat ik ze beiden naast elkaar zag staan.

15. Laffe beer

Ik kon Kurt niet serieus nemen toen hij zei ‘ik moet je wat vertellen’. Het klonk te belachelijk. Dit kon niet waar zijn. Er was zelfs een ongeschreven regel voor dat je als vrienden van je zussen en van je ex-vriendinnen afbleef.

Hoe kon hij dit gedaan hebben?

Ik probeerde koel te reageren en zei: ‘Als jij en Jessie maar gelukkig zijn.’

Klootzak, ik hoop dat ze je net zoveel pijn, verdriet en verwarring veroorzaakt zoals ze ooit bij mij deed.

Ik hoop dat ze net zo vaak loopt te janken voor een zoen en je ’s nachts opbelt om je eens wijs te maken dat het ditmaal echt over is en ze je huid vol scheldt, zoals ze altijd bij mij deed.

‘Maak je geen zorgen om mij. Ik ben niet jaloers Kurt. Ze is allang uit mijn hoofd.’

Sukkel, ik pak je nog wel eens terug. Ik zal je twee zussen misbruiken van heb ik jou daar. Ik dacht dat je mijn vriend was en dan val je op zo’n borderline wijf die nota bene met jou verkering neemt om mij pijn te doen.

Dacht je nou echt dat ze van je hield? Dacht je dat nou echt? Aaah…

‘Ik ben niet boos hoor. Ik vind het niet erg. Even goede vrienden. Boks.’

Kijk maar opgelucht jongen, ik zal je op het meest onverwachte moment castreren en verminken. Loser. Laffe hond.

16. De maagd & de slet

Dit was het meest laffe thuisfeestje ooit. Ik zat op de bank tussen Henry en Betty in.

Henry had nog nooit seks gehad en dat zag je aan zijn kledingstijl: Witte blouse en brave jeans en een niet-modern brilletje en een vaag bloempotten kapsel.

Betty had seks gehad met elke jongen in de huiskamer. Je hoefde maar te knipogen en ze gooide haar armen om je heen en begon in je oor te hijgen.

Zelfs ik heb haar eens genomen - waar ik nu spijt van had - Maar ja, als je een biljet van duizend euro ziet liggen en er is niemand in de buurt, dan pak je het toch?

Ik wist dat Henry graag met Betty naar bed wilde. Hij had ook al die verhalen gehoord en gedacht:

'Dan zal ze mij toch ook nemen?'

Maar Henry had ook eigenwaarde. Hij wilde ontmaagd worden door de ware.

Wat een dilemma voor een 19-jarige maagd…

Ik keek Henry aan en sloeg bemoedigend twee maal op zijn bovenbeen en knikte begrijpend naar hem, terwijl hij er niets van snapte.

Betty had geen interesse in mij, maar als ik haar iets te lang aankeek, keek ze als een hond terug, wachtend op een koekje.

Als ik zou willen zou ik over tien minuten boven haar kunnen liggen, naakt.

Ze was een slet. Die alles wist. Zij wist hoe we er allemaal naakt uitzagen.

Hoeveel moedervlekken we hadden en zo…

17. Ze wil me nog steeds

Aan de andere kant van de huiskamer zag ik ze beide zitten, op elkaars schoot.

Ik werd er misselijk van.

Jessie en Kurt.

Ze namen me niet serieus.

Kurt deed sinds ze wat hadden zo uber aardig tegen me dat ik er ontoepasselijk van werd.

Zelfs Jessie begroette me lief en streelde met haar vinger over mijn bovenarm toen ze langs me liep.

Ze wilde me. Ze wilde me nog steeds.

18. Lepra

Iedereen had medelijden met me. Omdat Kurt met mijn scharrel rondliep. Alsof ik een leprapatiënt was.

19. Rosalie met je mooie rok

Omringd met de zweetlucht van heel Schiphol zag ik Rosalie lopen tussen al die andere mensen. Het kon niet missen. Het was Rosalie, de zus van Kurt.

Als er een meid was die me ‘s nachts als puber niet los liet, was het Rosalie

Ik sprintte naar haar toe. Ik verminderde mijn pas toen ik bijna bij haar was. Ik achtervolgde haar.

Ze liep naar buiten naar de taxiplaats en keek toen om haar heen.

Ze had geen bagage bij zich en leek in de war.

Toen zag ze me.

‘Hé Charlie, zei ze met een glimlach.

Ik ging naast haar staan en zei niets.

Ze zoende me hartig drie maal op m’n wang en vroeg wat ik hier deed.

Ik antwoordde dat de leegte mijn vriend was.

Rosalie keek me aan met haar donkere bruine ogen, haar zwarte haar opgestoken in een knot: ‘Je bent groot geworden,’ zei ze.

Ze legde uit dat ze net terug kwam uit Milaan waar ze een photoshoot had gedaan.

Ze was midden twintig en reisde al vijf jaar de wereld rond als fotomodel.

Vroeger toen ik als puber bij Kurt over de vloer kwam, was zij de eerste vrouw waar ik een stijve bij kreeg.

Ik vroeg haar waar de bagage was. Ze legde uit dat ze wachtte op haar vriendje Pedro, die haar hier zou komen ophalen.

Ik vroeg of ik met haar mocht wachten op Pedro en we staken beiden een sigaret op. Onwetend dat haar leven in 24 uur voorgoed zou veranderen.

20. Mijn nacht samen

Pedro, een linkse relactivist uit Spanje, wonend in Amsterdam, liet lang op zich wachten. We besloten te gaan zitten op de stoep en praatten over het leven. Ik vertelde over mijn bestaan.

Rosalie vertelde over haar tripjes over de wereld. New York. Washington. Miami. Paramaribo. Curacao. Londen. Lissab. Rio. Amsterdam. Parijs. Berlijn. Rome. Peking. Perth. Jakarta. Tokyo. Sydney. Seoel

Ik hoopte dat ik een verademing was voor haar.

Ze belde Pedro op met haar Siemens telefoon, maar geen gehoor. Ze haalde haar schouders op en dacht dat vast iets wat ik nooit zou kunnen raden. Ze zei: ‘Ga je mee naar het Waterlooplein? Naar mijn appartement?’

We stapten in een taxi.

Sensueel

De taxi bracht ons naar een oud pand in de buurt van een van de vele grachten in Amsterdam. Rosalie en ik stapten uit. Ze glimlachte ongemakkelijk naar mij.

We gingen vier trappen op en kwamen uit bij een klein appartement met twee kamers. Het zag er rommelig en vies uit.

We dronken Douwe Egberts koffie. Ze deed haar haar los. Ze keek me lang aan en glimlachte.

Ze zat aan haar hals. Ze zat aan haar koffiemok. Ze zat aan haar pluisje op haar schouder. Ze zat aan haar schouders. Ze zat aan haar lippen. Ze zat aan haar vingers. Ze zat aan haar broek. Ze zat aan haar nek. Ze zat aan haar oorbellen. Ze zat aan haar neus. Ze zat aan tafel.

Ze pakte toen een foto van haar en Pedro, gemaakt in Barcelona.

Ze keek me toen aan. Ze haalde adem. Ze schraapte haar keel. Ze keek weg. Ze keek me weer aan. Ze keek naar de grond. Ze keek me weer aan en zei:

‘Ik wil dronken worden.’

We haalden een fles wijn op de hoek bij de Albert Heijn en zopen tot de zon onderging.

Daarna namen we een xtc-pil, dwaalden door de stad, kwamen uit bij de Paradiso, dansten tot de volgende morgen en gingen toen terug naar huis.

Daar hadden we seks in haar witte smerige bed, toen de zon naar binnen scheen en het raam wagen wijd openstond en de wind mijn naakte lichaam raakte.

We vielen in elkaars armen in slaap. Toen werd ze wakker gebeld. Ze nam de telefoon op en begon hard te huilen.

21. Pedro’s wraak

Hij was dood.

Ik troostte haar, zette een kop koffie, streelde haar armen, liet haar praten en uithuilen. Ik ging naar de wc. Ik probeerde te lachen. Ik bedacht me dat thuis de melk over de datum was. Ik troostte haar nogmaals.

Pedro was omgekomen bij een auto ongeluk. Op weg naar Schiphol.

Ze belde haar broertje Kurt, die binnen een uur verscheen.

Hij was me verbaasd te zien. Hij zag hoe ik in mijn onderbroek op Rosalie’s bed naast haar zat.

Wraak was zoet. Had hij maar niet met mijn ex Jessie moeten aanpappen.

Hij troostte Rosalie en ze liepen beiden naar een andere kamer waar ze een half uur praatten en huilden. Toen ik langs liep om te kijken of ik mee kon praten, gooide hij de deur dicht.

Ik was een toeschouwer bij een rouwproces waar ik niet thuishoorde.

Ik moest weg, maar kon mezelf niet dwingen om op te staan.

Rosalie ging douchen.

Kurt kwam de slaapkamer binnen en keek me aan en zei twee woorden: ‘Rot op.’ Toen liep hij weg.

Ik slenterde naar Amsterdam Centraal toe, nauwelijks beseffend wat voor avond ik achter de rug had.

Ik kon een punt op mijn bucket lijst wegstrepen. Al deed het me weinig plezier.

22. Mijn gevoel

Voor even voelde ik

Niets.

23. Vermoord een duif

Het voelde banaal dat ik met Rosalie seks had gehad, terwijl haar vriend Pedro op hetzelfde moment naar de hemel ging.

Wat me nog het meest verbaasde, was dat het me weinig deed.

Geen schuldgevoel. Zelfs geen berouw.

Kurt belde me op en vroeg of ik seks had gehad met zijn zus Rosalie.

Ik ontkende stellig: ‘Nee.’

Hij hing op zonder meer wat te zeggen.

Ik belde terug om mijn leugen te verbloemen.

Hij vroeg wat ik van hem wilde.

*Ik zei: *‘Niets.’

Toen begon ik te huilen. Omdat ik dacht dat het iets met hem zou doen.

Kurt vroeg waarom ik huilde.

Ik snotterde: ‘Pedro.’

Hij zei: ‘Je hebt hem niets eens gekend’

*Ik zei: *‘Ik weet het’

Kurt vroeg: ‘Waarom huil je dan’

Ik: ‘Omdat het me zo weinig doet’

Kurt: ‘Dat weet ik’

Voor even leek iemand me te begrijpen. Ook al voelde ik me vervreemd van mezelf.

Toen zei hij: ‘Daarom ben ik ervan overtuigd dat je het met mijn zus hebt gedaan. Egocentrische eikel’

Hij hing op. Ik voelde me klote.

24. Dans met de duivel

We hadden nauwelijks wat te delen met elkaar, in een restaurant in Amsterdam.

Rosalie zag er, zoals altijd, prachtig uit.

Ze zat te spelen met haar eten. Ik zag de wallen onder haar ogen. Het verlies van Pedro viel haar zwaar.

Ik hoopte nog eens naakt in haar bed te eindigen.

Ze leek mijn gedachtes te lezen en zei spijt te hebben van onze nacht samen.

‘Het voelt als verraad aan Pedro toen hij in coma vocht voor zijn leven, terwijl ik met jou vreemd ging.’

In het dure restaurant bestelde ik mijn vierde cocktail en vond het jammer dat Rosalie overging op bronwater.

Toen vroeg ze waarom ik met haar naar bed was gegaan.

‘Omdat je mooi bent,’ antwoordde ik.

Ze reageerde niet.

Ik begon me dronken te voelen en wilde het liefst dansen op de beat in een volle zaal vol zwetende mensen en me laten opgaan in de muziek.

Minutenlang stilte.

‘Ik wil je zoenen,’ zei ik als laatste redmiddel om de avond al vrijend af te sluiten.

Ze kreeg tranen in de ogen en zei:

‘Je kent me niet eens.’

25. Deja-vu

We hadden het gedaan.

Tivoli in Utrecht was leger dan normaal , maar ik was net zo dronken als altijd.

Jessie stond er alleen. Ik stapte op haar af en vroeg direct in haar gezicht wat ze in Kurt zag. ‘Niets,’ antwoordde ze. ‘Het brengt me dichter bij jou.’

Zij was ook dronken, ik rook de smerige vodkalucht uit haar maag komen vermengd met haar sigarettenadem. Zonder nadenken stak ik ‘m erin.

Ze protesteerde en sloeg me in het gezicht. Om vervolgens weer laf met me te tongen.

Die nacht hebben we het gedaan als een ordinair stel. Zonder condoom. De volgende ochtend voelde ik me vies en ongelukkig en ben ik vroeg vertrokken zonder ‘doei’ te zeggen.

Thuis trok ik me af met haar in mijn hoofd en daarna voelde ik me nog smeriger en schuldiger dan ik al was.

26. Melkweg

Dat wijf was gek. Jessie vertelde me dat ze zwanger was van mij, wat ik niet kon geloven want ik kwam nooit in haar klaar.

Ze had het laten verwijderen en ik hoefde me niet druk te maken, want zelfs als het kind zou komen, zou zij zich erover ontfermen met Kurt.

Hij was de liefde van haar leven en dat soort geslijm.

In een seconden viel mijn toekomst in duigen. Zwanger, vader, burgerlijk bestaan, weg vrijheid. Toen ze het woord abortus zei dacht ik: moordenaar.

Daarna begon de ellende pas. Ze zei tegen iedereen die het maar horen wilde dat ze zwanger was van mij en dat ze het verplicht moest laten weghalen door mij anders zou ik Kurt pijn doen.

Iedereen noemde me huichelaar, moordenaar en idioot. Ik leerde mijn echte vrienden die week kennen.

Maar twee makkers belden me op en vroegen mijn versie van het verhaal. Jessie wilde me dood hebben. Ik moest lijden.

Ik vond Jessie terug in een supermarkt, ik pakte haar bij de polsen vast en had schijt aan het winkelend publiek.

Ik brieste dat ze moest ophouden met roddels verspreiden. Als ze aandacht van me wilde, kut hoer, kon ze naakt voor mijn woning gaan staan met een wit bord ‘het spijt me’ op klaarlichte dag en dan zou ik haar weer aankijken.

Ik was zo woest dat ik haar wilde slaan en schoppen. Ik was een man. Ik gedroeg me. Ze gilde sorry en schreeuwde dat ik haar geen pijn moest doen.

Ik liet haar in de steek en zag niet hoe ze achter me huilend ter aarde stortte.

Ze huilde mijn naam en gilde dat ze me terug wilde en het haar speet. Het speet mij ook.

27. Ik ren zo ver weg

Mijn lusten dreven me verder weg van de mensen die ik lief had.

De mensen die ik liefde gaf, wilde alleen mijn lichaam.

Kon ik maar wegrennen uit dit leven.

Kon ik maar opnieuw beginnen.

Weg van alle verhalen die ze over mij vertelden.

Weg van alle ellende die ik zelf had aangericht.

*Tot ik haar tegenkwam. *

Degene die naar mijn klaagzang wilde luisteren. Degene die me wilde redden - soort van.

28. Donkere Mathilde

Ze keek.

En ze bleef kijken naar mij zonder me echt te willen.

Haar ogen miste het vurige en warme wat alle andere vrouwen om me heen lieten zien.

Haar ogen gaven me een kil en eenzaam gevoel dat me liet beseffen dat ze een einzelgänger was.

Niet gemaakt om zich vertrouwd en veilig te voelen in een groep.

Haar groene ogen gaven me een waarschuwing dat ze niet op contact zat te wachten.

Niet op mijn contact.

Ze zag me kijken, maar ze wilde me niet.

Maar dat gaf me juist het verlangen om met haar te praten en met haar te zoenen.

Toen ik Mathilde eens aansprak was het een gesprek van niets.

Ze knikte. Ze zei ‘ja’ terwijl ze ‘nee’ schudde.

Ik liep teleurgesteld weg en fantaseerde hoe ik aan haar lichaam zat.

Ik zag haar daarna regelmatig op de Psycho killer-feesten die we organiseerden, maar ze negeerde altijd mijn blik.

Ze stond vaak stil in een hoek met een fles bier in haar hand, te genieten van de muziek. Soms was ze met een groep vrienden. Maar ze stond altijd alleen, op haar eigen afstandelijke manier.

Toen ik weer een zoveelste poging deed om haar eenzaamheid te doorbreken had ze weer geen interesse in mijn gepraat. Ze wilde ‘genieten’ van de techno beat.

Totdat ik begreep hoe ik haar uit deze zelfmedelijden-bubbel kon krijgen:

Alcohol.

29. Drunk

zoenen

Ik was dronken.

Jij was dronken.

Ik wilde je zoenen.

Jij wilde van me af.

Dus zoenden we kort

En toen nog een keer

En toen nog een keer

Je zei onverstaanbare woorden in mijn oor

Ik fluisterde vage woorden terug.

Toen vroeg je of ik de volgende dag bij je langskwam om verder te zoenen

En voor ik het wist verliet je het feestje en wist ik alleen je naam.

Mathilde.

Ik ontfutselde van iemand je 06.

Je smste terug.

De volgende dag kwam ik langs.

We dronken thee. We gingen liggen op je bed. En we praatten onafgebroken lang. Over of vriendschap iets was wat wij tweeën nastreefden.

Ik zei ja maar ik bedoelde nee. Ik wilde geen vriendschap. Ik wilde jou.

Jij zei dat je mij niet wilde. Dat je geen vrienden nodig had. Dat je geen vriendje wilde. Dat iedereen het maar moest bekijken.

Toen zoenden we weer. De hele middag en avond.

30. Iets met maan en Paranoia

maan

Mathilde wilde vrijen onder het maanlicht, naakt.

Ik dacht dat het een fabel was dat mensen dit echt wilden.

Maar Mathilde was ervan overtuigd - onder de volle maan in de natuur, de liefde bedrijven - dat het haar gezondheid en voorspoed zou brengen.

We zochten diep in de nacht een weiland tussen Utrecht en de Bilt op en deden het als twee ganzen.

Toen lag ik op mijn rug te staren naar de volle maan, brandend voor ons alleen. In de kou. In de modder. Omringd met een lucht die me lieten kotsen en braken tegelijkertijd.

En besefte ik me opeens dat mijn leven een puinhoop was.

In een weiland.

Vervreemd van mezelf.

Met Mathilde. Die van alles wilde. En ik haar braaf gehoorzaamde.

Omdat ik een puinhoop was en daarom dingen deed die ik eigenlijk niet wilde.

Zoals vrijen in de buitenlucht. Onder het licht van de maan.

31. De DESTRUCTIEVE ZUIPSTER

kater

Ik dacht dat ik veel kon zuipen.

Maar Mathilde was echt een destructieve drinker.

Ik dacht dat ik pas erge katers had.

Maar zij kwam ’s ochtends regelrecht uit hel.

Ze spuugde eerst de pot onder.

Toen begon ze al scheldend te roken. Toen foeterde ze mij uit.

Ze ging toen een uur onder de douche staan.

Om vervolgens een zuigzoen in mijn nek te plaatsen.

Wat een meid.

32. Bankzitter

bank slaapvallen

Misschien begrepen Mathilde en ik elkaar niet helemaal.

Ik was de gek die wel eens na een nacht zuipen in mijn eigen onderbroek rondjes begon te rennen in andermans achtertuin.

Maar zij viel op wilde feestjes in haar ondergoed in slaap. Zonder schaamte.

Menig man vroeg aan mij waar ik haar had gevonden.

Soms dacht ik dat ze regelrecht van planeet Mars vandaan kwam. Haar emo uiterlijk, haar mannelijke hormonen, haar vrouwelijk gebruik van haar lichaam.

Wat een droomwijf.

33. Hoe meer je drinkt, hoe minder je weet

badkuip slapen

Mathilde en ik verlieten vervroegd een saai verjaardagsfeestje omdat we te snel vodka achterover hadden geslagen.

We waren te snel te dronken en te geil, dat de andere gasten zich aan ons stoorden.

Dus vertrokken we naar haar ouders huis. Want die waren op vakantie in Krakow.

Dus bespraken we in het openbaar wat we thuis met elkaar zouden doen.

Toen we bij het huis van haar ouders aankwamen en zij zei dat ze naar de wc ging:

  • Deed ik al mijn kleding uit
  • Spoot ik een lekker parfumluchtje op
  • Ging ik in het gewassen kreukelloze bed van haar ouders liggen

Maar ze kwam niet.

Een half uur later vond ik haar slapend in de badkuip terug.

*Sjezus. *

34. Gezicht op morgen gericht

Mathilde: Ik heb het vorig jaar gedaan met Jelle, de leadzanger van Face tomorrow.

Ik: Wie?

*Mathilde: *Een Rotterdamse emo-band.

Ik: Nog nooit van gehoord.

*Mathilde: *Zijn liedjes gaan over mij.

35. Liefde op een blauwe maandag

‘Maandag is zo blauw,’ zei Mathilde duf: ‘Ik heb lichtelijke opstart problemen deze ochtend.’

Ik antwoordde: ‘Ik heb al mijn hele leven een opstart probleem.’

Toen ze zei: ‘Mag ik dan jouw kickstarter zijn?’ antwoordde ik; ‘Als je belooft voor altijd bij me te blijven.’

Toen zei ze teleurgesteld: ‘Dat kan niemand je beloven.’

36. ROKEN KILT JOU OOK

de smoker

Het was niet dat ik problemen had met roken. Maar haar obsessieve rookgedrag ergerde me meer dan ik me ooit had kunnen voorstellen.

Haar ogen waren in de ochtend nog geen drie seconden open, of Mathilde stak er een op.

Op de wc en zelfs onder de douche was ze aan het roken.

Bah.

Als ik er wat van zei, schold ze me de huid vol over ‘vrijheid’ en ‘probeer me niet naar je hand te zetten’ en ‘don’t control my mind’. Freak.

37. Charlie, we like to party

Ik dacht dat mijn ex Jessie gek was.

Maar Mathilde was een vrouw in het kwadraat. Waarom trok ik dit soort psycho wijven aan. Ik kon niet zeggen dat ik ook maar enig moment een gevoel had dat deze relatie vooreeuwig ging duren.

Ik had ook niet het idee dat de liefde puur en echt was. Ik vroeg me af hoe vaak we echt hadden gepraat over de dingen in het leven zoals de toekomst en belasting betalen.

Toen ze stoned was, ging ze op zo’n rare manier met me om, dat ik het idee had dat we in een surreële wereld waren beland.

*Een half uur lang brabbelde ze een vage monoloog uit. *

‘Vind je me een beetje leuk,’ zei ze op een hijgerige toon. ‘Zoals ik hier nu sta. Jij en ik. Hier alleen. Ik mag je wel. Zeker. Maar mag je mij? Vriend. Mag je mij? Charlie. Charlie. Charlie. We like to party.’

38. Yeah

Niet het meest geslaagde psycho killer feest. We hadden de watertoren vlak bij de Neude gekraakt. Maar het was er te rond en te klein om een echt knallend feest van te maken.

Ik zat de halve avond met Nik en Sjoerd te mokken over de lage opkomst, toen Kurt tegen me zei:

‘Mathilde is toch je vriendin? Waarom loopt ze dan te tongen met Ferdi.’ Ik trok ze uit elkaar. Mathilde was meer dan dronken.

Ze sloeg haar armen om mijn nek en hing als een zombie aan me. ‘Ik wil je Charlie,’ brabbelde ze. Ik besloot haar naar huis te brengen en verliet het feest teleurgesteld. Het was een lange weg van ellende en pijn.

Ze viel drie keer van mijn bagagedrager af met haar dronken hoofd. Ze commandeerde me continue om een fles vodka in de avondwinkel te halen.

En toen we eindelijk bij haar studentenhuis waren aangekomen, blafte ze me toe dat ik haar moest verkrachten. Psycho bitch.

Toen ze op bed zat, stak ze een sigaret in haar mond, stak ‘m aan, nam een hijs en viel achterover in slaap.

39. Huil mezelf in slaap

Ja, ja, ja. Ik noemde Mathilde per ongeluk ‘hoer’. En misschien had ik het woord ‘trut’ ook niet mogen gebruiken. Maar hoe moet je anders reageren op de bekentenis dat ze afgelopen nacht bij een andere jongen genaamd Ferdi in één bed had geslapen?

‘We hebben niets gedaan!’ Schreeuwde Mathilde. ‘Alleen slapen! Met de ogen dicht! Ik weet niet eens wat voor kleur onderbroek hij aan had!’ Ik geloofde haar niet. Toen ze ging huilen, begon ik te schelden. Ze liep jankend weg.

Huilen omdat zij met een jongen in bed had geslapen.

Huilen omdat zij het oneerlijk vond dat ik boos was en daarom haar uitschold.

Huilen omdat tranen iets moest zeggen over hoe kwetsbaar ze zich voelde.

Huilen omdat ze dacht dat het haar onschuld zou bewijzen.

Manipulatief wijf.

40. Zielige wereld

Mathilde bleef dagen in haar depressie hangen. Omdat zij vreemd ging en ik daar boos over werd. Ik trof haar regelmatig aan in de keuken, liggend op de grond met een fles wijn aan haar lippen. ‘Je houdt niet van me!’ Gilde ze dan. Het maakte niet uit of ik ‘Friesland’ ‘Ik houd van je’ of ‘Repelsteeltje’ zei. Alles beantwoordde ze met speeksel en geschreeuw: ‘Echt niet!’

Ik had in mijn leven nog nooit zo’n kinderachtige meid meegemaakt. Ik probeerde het te begrijpen maar mijn hersenen konden dit soort informatie niet verwerken.

'Je haaaaaahaaat me!' Schreeuwde ze dan. 'Je ziet me niehiet stahaaan! Je bent een luuhuul!'

41. Maakt niet uit hoe dronken je bent

Ik was dronken.

Mathilde was dronken.

Ze wilde een slok van mijn bier.

Ik weigerde.

Dat vond zij kinderachtig.

Ik vond het grappig.

Ze wilde mijn laatste sigaret. Die pakte ze ook en ze stak ‘m aan.

Ik was daardoor beledigd. Ik was een arme student, zonder bijbaan.

Zij niet. Ze vond dat ik me aanstelde.

Ik vond van niet.

Daar hebben we het een half uur over gehad.

Toen begon ze te huilen. Ze zei dat ik haar niet begreep.

Ik zei dat ze zichzelf niet begreep.

Toen vertrok ze zonder één woord te zeggen.

Ik dacht dat ze binnen 28 minuten terug zou komen.

Ze kwam niet terug.

Ze smste me minstens vijf keer die avond.

Ik weigerde vijf keer te antwoorden.

42. Alleeen, alleen

En toen was ik weer verlaten door een vrouw.

Mathilde had twee A4tjes vol geklad waarom ik niet perfect was.

Eerder mislukt.

Ze had haar argumenten opgenomen op een cassettebandje.

Noem me gek, ik heb het zes keer beluisterd en nog begreep ik het niet helemaal waarom ze me dumpte.

*Ik was gek. *

Het deed me weinig, geloof ik.

Als zij me niet wilde. DAN NIET.

Dus dat zei ik ook tegen iedereen die er naar vroeg. ‘Dan niet. Ze moet me maar nemen zoals ik ben.’

Ik kan mezelf niet veranderen.

Ja toch? Boeiend. Zij heeft zichzelf ermee. Ik niet.

Ik leef gewoon verder. Pech voor haar.

Ja. Gewoon pech.

Weet je. Het gaat zoals het gaat.

That is life

's avonds toen ik in mijn onderbroek in bed lag in het donker, te staren naar het plafond. Kon ik de slaap niet vatten.

De rode lichten van de wekker wilde me iets vertellen.

Ik hoorde mijn kleine koelkast grommen.

Ik hoorde fietsers door de straat rijden.

Ik hoorde de koelkast stoppen met grommen.

Toen zat ze in mijn hoofd. Mathilde.

Toen rolde welgeteld één traan over mijn wang. Eén traan heb ik gelaten om haar.

Een bittere traan.

Het ga je goed.

43. Liefdesziekheid

konte

Ik had geen liefdesverdriet. Vanaf de eerste zoen wist ik al dat onze relatie destructie was. Ik had eerder last van liefdesziekheid.

Mathilde kon mijn hoofd niet verlaten. Ik voelde me geamputeerd. Ik kon wel dertig dingen opnoemen waarom het goed was dat zij het had uitgemaakt.

Maar haar lichaam, grappige opmerkingen en glimlach deed alles te niet. Was ze maar hier.

44. Anti-liefdesbrief

Hallo Mathilde,

Alsjeblieft, lach me niet uit als je me ziet.

Je vond me oppervlakkig, ik vond jou dom.

We waren niet perfect:

Mijn oksels stonken naar zweet
Jouw voeten roken naar schimmel
Ik zei dat je me diep beledigd had.

Jij zei dat ik een eikel was.

Maar alsjeblieft, ik smeek je: Ik hoop dat je je inhoud als je tegen anderen over mij praat.

Als iemand vraagt waar je heen bent gegaan, antwoord ik dat je een veiligere plek zocht. Een plek die ik je niet kon geven.

Als iemand vroeg hoe het was tussen ons, zal ik zeggen: magisch.

Maar alsjeblieft, ik smeek je. Ik hoop dat je je inhoud als je tegen anderen over mij praat.

Gr. Charlie

45. Ze haat me ook

  • Een willekeurige avond.

  • Een willekeurig feestje.

  • Een willekeurige meid.

Ze zei zonder glimlach: ‘Ik ken jou.’

Een graatmager blondje met een afschuwelijke H&M jurkje met daaronder een lelijke paarse panty. Nee. Dit soort meiden weigerde ik te kennen.

‘Jij bent de eikel die Mathilde niet nat kon krijgen.’

De eikel. Wat wilde ze daarmee zeggen? Alsof ik de personificatie van een eikel was geworden… Ik ben veel eikels in mijn leven tegengekomen, maar pour moi de eikel?

Ze was zelf een eikel.

'Zei ze dat ja?' Zei ik met een opgetrokken wenkbrauw waarmee ik duidelijk probeerde te maken dat het me niets kon interesseren.

'Ja,' zei ze voldaan. 'Eikel.'

'Je kent me niet eens,' zei ik.

'Jawel. Jij bent de eikel die haar niet nat kan krijgen. Kurkdroog was ze, Heb jij enig idee hoe pijnlijk dat is voor een vrouw?’

Ik krabde voor de vorm aan mijn wang en toen even achter mijn achterhoofd en haalde mijn schouder op. ‘Eikel zei je net hè? Je zei de eikel. Kan je me uitleggen wat het verschil is tussen “de eikel” en “een eikel”?’

'Sjezus,' kraamde ze er nog maar net uit. Ze pakte uit haar handtas een nokia 3310 en keek beledigd op het antieke ding. Toen keek ze mij aan en liet een denigrerend lachje los.

Toen liep ze voldaan weg en bleef ik achter met het uitzicht op haar missende heupen. Toen dacht ik even aan de brief die ik aan mijn ex-Mathilde had geschreven…

Toen dacht ik aan niets en vertrok ik naar huis.

nat

46. Ga met haar naar bed en vertel het niemand

Als een lelijke meid uit je middelbareschooltijd je aanspreekt

Ga met haar naar bed en vertel het aan niemand

Als je belachelijk wordt gemaakt door je beste vrienden

Sla ze in elkaar

Als je dronken bent en weet dat je elk moment kan gaan kotsen

Accepteer het rondje en drink het glas in een keer leeg en laat je kont zien

Als je werkelijk niet meer weet waar je naar toe moet gaan

Ga dan naar huis

Als je een kater hebt

Zeg al je afspraken af en ga vanuit bed tv-series kijken op je laptop

Als je een sms krijgt van een meisje waar je het gezicht niet meer van kan herinneren

Schrijf terug dat je haar ouders wil ontmoeten

Als iemand je een cadeau geeft waar je nooit op heb zitten wachten

Zeg bedankt en glimlach

Als iemand je advies geeft terwijl je ze nooit een vraag hebt gesteld

Geef je ze waardevol advies terug

Als ze willen dat je iets moet doen wat je niet wil doen

Doe het dan maar gewoon

Als je ex je hoofd maar niet verlaat en je niet weet of dit vanuit jezelf komt of dat je gevoodo chilled wordt

Bel haar op en vertel haar wat je vandaag hebt gedaan en wat je nog wil ga doen en laat geen enkele stilte vallen.

Als ze ophangt, fiets je naar haar huis toe en ga je onder haar slaapkamerraam staan en schreeuw je dat je van haar houdt en dat je met haar wil trouwen en als ze dan haar raam opendoet… En als ze dan haar raam opendoet dan scheld je haar uit en roep je dat ze je met rust moet laten en vertrek je terug naar huis en wis je alle smsjes die op dat moment van haar binnenkomen.

Als je schaamte voelt voor de daden die je een dag eerder hebt uitgehaald

Yolo

47. Hey Johnny Smith, ik wil je

Wachtend op niets stond ik op de stoep aan de lange Viestraat. Te kijken naar de haast. Ik probeerde het te begrijpen waar iedereen naar toe ging en waar ze vandaan kwamen. Ik dacht even te snappen waarom het allemaal zo snel ging.

Toen de zon onder ging, sprak ze me aan.

‘Johnny Smith toch?’ Vroeg ze. ‘Ik ben het, Roos.’

Ik keek naar haar donkere blonde lang haren, wapperend in de wind. Ik had haar nog nooit gezien. En wie was in godsnaam Jonhnny Smith.

‘Ja, hoi,’ glimlachte ik.

‘Aangenaam,’ glimlachte ze terug. ‘Ik dacht je al te herkennen aan je jas. Jeej, wat gek zeg om je nu in het echt te ontmoeten. Je bent leuker dan ik dacht.’

‘Dank je.’ Ik kon nog zeggen dat het een vergissing was. Ik kon nog weglopen.

‘Zullen we?’ Vroeg ze

‘Wat?’

‘Wat drinken.’

Dus bracht ze me naar wijnbar Lefebre vlakbij de Neude. Ontsnappen was geen optie meer. Wat restte was dronkenmanschap.

Ik was voor even Johnny Smith.

Waarom ik het deed? Het moest haar lichaam zijn geweest.

Roos sprak honderduit over haar fotografiecarrière, die maar niet van de grond kwam. Instagram verpestte al haar dromen.

Ze bewonderde mijn werklust en mijn creativiteit.

Die Johnny Smith moest een god zijn. Jammer dat hij dit met haar moest missen.

48. ‘HÉ JOHNNY SMITH, WIL JIJ MIJN ROCKSTER ZIJN?’

Ze praatte met een spook.

Ze dacht dat ik Johnny Smith was, maar in werkelijkheid was ik gewoon Charlie.

Ze dacht me te kennen. Maar dat was dus iemand anders.

Wat maakte het uit.

Ik was hier. Zij zat tegenover me. In wijnbar Lefebre. Het ging om het hier en nu.

Dronken van de rosé zei ze verlegen:

‘Is het niet vreemd dat ik al maanden verliefd op je ben. Terwijl ik je alleen maar ken via de chat. Alsof ik verliefd ben op een avatar. Ik mag je echt Johnny. Het lijkt wel alsof we voorbestemd zijn voor elkaar. Je bent ook zo mooi. En je zei zulke rake dingen. Je gedichten zijn prachtig. Kan je nu geen gedicht voor me maken? Hier?’

Ik lachte zoals een Achterhoeker zou lachen. ‘Liever niet,’ zei ik en begon haar te zoenen. Ze zoende verward terug.

‘Ik dacht dat je nooit zoende op de eerste date,’ fluisterde Roos.

‘Wat maakt het uit,’ zei ik. ‘Of we nu, straks of over een week zoenen.’

‘Meen je dat? Ik dacht dat je me kende… Je weet dat ik strijd voor het fatsoen in deze wereld.’

‘Oké,’ zei ik en we zoenden verder als twee fatsoenlijke mensen.

49. JOHNNY SMITH WILDE EEN NACHT MET ME DELEN

Ik moest het Roos nageven: Ze leidde een fatsoenlijk leven.

Na het drankje vertrokken we naar haar appartement in Lunetten. Haar appartement was geordend, stofvrij en geurloos. Ik begon even te twijfelen aan het bestaan van het woord “rommel” in haar leven.

Haar plee hoorde thuis in een museum (mijn urine had er nog nooit zo geel uitgezien in haar knalwitte pot).

Omdat we dronken waren, gingen we na een glas limonade in haar bed liggen. Zij in haar T-shirt en slip. Ik in mijn spijkerbroek en on-gespierde torso.

Klinisch geneuzel

Zelfs haar dekbed voelde klinisch en fris aan…

In bed, dicht tegen haar halfnaakte lichaam aan, merkte ik op dat ze geen geur had. Geen deodorant, geen parfum, geen mensengeur: niets. Wie was zij?

We praatten over onzinnige dingen. Het zag er voor geen moment naar uit dat Roos in de gaten had dat ik niet Johnny Smit was.

We zoenden. We voelden. We knuffelden. We zoenden. We lachten. We stoeiden. We dronken. En toen ik uit haar bed viel…

Kroop ik weer terug, tegen haar lichaam aan.

Verder wilde ze niet gaan. Omdat ze principes had.

Ze geloofde in fatsoen.

Ze zei: ‘Elke dag weer worden we gedreven door onze dierlijk instincten. Het is de kunst om deze te onderdrukken. Door ons fatsoen scheiden we ons van de natuur. Mes en vork. Schone kleding. Haargroei wegwerken. Maar vooral: Geen seks op de eerste date.’

Dus. Zonder fatsoen, waren we slechts dieren. Ik moest het haar weer nageven: Ze leidde absoluut een fatsoenlijk leven. In tegenstelling tot mijn leven.

Ik was alles wat zij blijkbaar nooit zou kunnen worden.

Mijn okselharen waren zo lang dat het zweet van een wilde nacht niet weg te boenen was met zeep. Mijn neus zat soms zo vol snot dat ik een kwartier later nog niet uitgegraven was met mijn vinger. Op mijn huid konden ze buitenaards leven vinden, zei een ex van mij eens. Ik rook soms in het openbaar mijn eigen vieze stinkende onderbroek. Mijn studentenkamer was een broeinest van schimmels, bacteriën en virussen.

Wat moest ze van mij?

Waarom nam ze me mee naar Lunetten?

Mijn kleding stonk elke dag weer naar rook, zweet en slecht opgedroogd wasgoed.

Dat moest zij ook geroken hebben.

Juist zij. De vrouw die omringd was met niets.

Helemaal niets.

50. ‘DANS MET ME JOHNY SMITH’

Ik had nauwelijks geslapen. De volgende gedachten bleven rondzingen:

• Wat moest ze van me als ze niet eens seks wilde?

• Wat deed ik hier in dit klinisch bed?

• Waarom dacht ze dat ik Johnny Smit was?

‘Goedemorgen,’ zij ze fatsoenlijk.

Roos maakte ontbijt klaar. Ze zette de nieuwe LP van David Bowie op.

Toen vroeg ik of ze met me wilde schuifelen op de muziek.

Twintig minuten lang dansten we en besefte ik me dat ik een dier wilde zijn.

Een beest dat met geen enkele bekrompen fatsoenlijke regel rekening hoefde te houden.

Ik wilde vijf minuten lang aan mijn oksels krabben, ik wilde een boer laten en mijn vieze onderbroek om mijn vinger heen doen en dan ermee gaan rondzwaaien.

Ik wilde haar pot onder zeiken, al haar kleren uit haar kast gooien en haar klinische beddengoed bevuilen met cola.

Ik wilde kruipen over haar vloer, ik wilde rondjes draaien en schreeuwen. En schransen.

Ik zag de twijfel in haar ogen. Ze moest mijn transformatie tot beest merken terwijl we dicht tegen elkaar aan bewogen op het ritme van de muziek.

Ik kneep hard in haar billen. Ik voelde het vet tussen mijn vingers rollen en wilde grommen en haar overal betasten. Ik wilde haar broek uitrukken, haar ondergoed kapot scheuren en haar dan bespringen.

‘Au!’ Zei ze.

Ik liet haar billen los en glimlachte lief naar haar.

Voor ik het wist, biechtte ik het op: ‘Ik ben Johnny Smith niet. Ik heet Charlie.’

Ze glimlachte en zei: ‘Weet ik.’

‘Hoe bedoel je?’

‘Er bestaat geen Johnny Smith.’

‘Maar, waarom sprak je me aan?’

‘Gewoon. Ik voelde me eenzaam,’ zei Roos.

‘Echt?’

‘Nee.’ Ze begon te giechelen. ‘Er waren eens drie dronken mannen in de kroeg die me dwongen een bucket list op te stellen met drie punten. Een daarvan was een Johnny Smith versieren. Jij bent mijn Johnny Smith, Charlie.’

‘Je hebt me gebruikt,’ piepte ik.

Ik voelde me alleen. Nog meer alleen dan het moment dat ik staarde naar de haast op de lange viestraat.

Ik had gelogen, zij ook. Maar het maakte me ziek. Ik wist niet waarom. Alsof het geen echte liefde was. Misschien was ik op zoek naar meiden die mij echt leuk vonden, terwijl ik ze als een gebruiksvoorwerp zag. Nu Roos mij had gebruikt als een gebruiksvoorwerp voelde ik me een spook. Alsof ik niet echt bestond.

Zij met haar fatsoen. Ik begreep haar niet. Ik snapte mezelf niet. Het beest in mij sijpelde weg. Ik wilde me terugtrekken in mijn eigen bed en er voor dagen niet meer uitkomen.

51. Wat ik deed in de kroeg

Echte vrijheid kende ik niet. Ik was een slaaf van mijn eigen verlangen. Soms gaf ik er aan toe. Soms negeerde ik het. Zoals die ene dinsdagavond.

Ik stond aan de bar in de kroeg genaamd Stairway to heaven. Ik wilde daar niet zijn. Ik wilde in bed liggen Pauw&Witteman kijken en dan na vijf minuten in slaap vallen.

Maar mijn glas Heineken was nog niet op. Mijn kennis bleef maar tegen me aankletsen over zijn nieuwe geruite H&M blouse. En zij bleef maar naar me kijken. Aan de andere kant van de bar. Met in haar hand een glas Bacardi cola.

Ze had de Amerikaanse vlag aan in de vorm van een T-shirt.

Ik negeerde haar knipoog. Ik negeerde de woorden van mijn kennis. Ik negeerde mijn glas Heineken. Ik negeerde mijn wens om te slapen. Omdat ik dacht dat ik iets zou missen als ik alleen thuis zou zitten. Terwijl ik tegelijkertijd wist dat er deze avond niets ging gebeuren.

52. Hoe ik op haar afstapte

Ze knipoogde weer. Daar, aan de andere kant van de bar van Stairway to heaven. Mijn geest schreeuwde om haar lichamelijke aandacht: Haar handen, haar lippen, haar woorden. Terwijl mijn vermoeide lichaam zei: Je verdoet je tijd, ga in bed liggen, ga tv kijken, ga ontspannen.

Hoe kon ik in het moment leven als mijn verstand en lichaam niet hetzelfde wilden?

Toen mijn kennis begon over het aardbeienseizoen in april, liep ik naar haar toe.

Ze keek me uitdagend aan en glimlachte als een wulpse dame.

‘Can you fuck the duck in the kippenheuk?’ Zei ze tegen me. Ze bleek dus echt uit Amerika te komen. ‘Can you fuck the duck in the kippenheuk?’ Herhaalde ze.

Ik stelde haar een aantal vragen, maar ze antwoordde in slecht uitgesproken Nederlandse scheldwoorden. Ik verdeed mijn tijd.

Zij moest daar hard om lachen. Ik niet.

Toen ik wilde weglopen pakte ze me bij mijn arm vast en fluisterde in mijn oor: ‘Can I fuck you as a duck in ’t kippenheuk?’

53. Hoe ik haar achterliet

Ze was een Yankee. Dat liet ze aan iedereen in de kroeg weten. Ik fluisterde dingen in haar oor. Het liet haar blozen.

Toen vroeg ik of ze met me mee naar het mannentoilet ging. Daar zoende ik haar kort op de mond. Ze deed haar slip uit. Zelfs haar slip was een Amerikaanse vlag. Ik pakte haar ondergoed op.

Ze keek me met grote ogen aan. Ik verstarde voor enkele seconden.

Het knipperende licht boven me. De vieze witte tegels. De geur van chloor en urine. De smerige plakkerige vloer.

Wat was ik aan het doen?

Ik wilde hier niet zijn. Ik wilde haar niet zoenen. Laat staan het met haar doen op het toilet van Stairway to heaven. Wat was ik aan het doen?

Ik mompelde ‘sorry’ en verliet het toilet en toen de kroeg zonder ‘doei’ te zeggen tegen mijn kennis.

Pas op de fiets had ik in de gaten dat ik haar slip nog in mijn handen had. En ik bleef het vasthouden. Als herinnering aan de avond waar ik ergens was waar ik niet wilde zijn, maar toch het gevoel had dat ik iets moest meemaken.

Echte vrijheid kende ik niet. Ik was een slaaf van mijn eigen verlangen. Soms gaf ik er aan toe. Soms negeerde ik het.

54. DE BUCKET LIST WAS VERVULD MAAR HET VERANDERDE NIETS AAN MIJN LEVEN

‘Het is me gelukt.’ Ik gooide het bierviltje op de bar. Ze keken me alle drie aan. ‘Ik heb de bucketlist vervuld. Ja, ik heb een model geneukt. Een gotic depressiever gemaakt dan ze al was en een slip van een Amerikaanse dame gestolen.’ Ik legde de slip op de bar. Ze feliciteerden me en trakteerden me op shotjes vodka.

Ik voelde me ongelukkig. Ongelukkiger dan ik me ooit had gevoeld.