Vervolg op #13.5 Een begraafplaats van lege glazen, dronken jongens en eenzame meisjes

Karel liep naar de bar toe.

‘Wat lult die nou? Wat zijn we zonder plezier?’, vroeg Luke.

‘De vraag is niet wat we zijn, maar waar we zijn. Ik heb het je vanmiddag uitgelegd. We zijn op planeet aarde en we varen met een snelheid van 150 km per uur door space time universe. Ik heb gelezen dat niets sneller gaat dan het licht. Als jij 100 rijd en ik 110, dan zie je me met 10 km per uur voorbij razen. Klinkt logisch niet? Als jij 10 km zachter dan het snelheid van het licht rijdt en ik rijd met de snelheid van het licht. Dan zie je me niet met 10 km per uur voorbij razen. Maar met de snelheid van het licht. Godverdomme. Dat is toch niet logisch? Wie verzint dit? Welke god? Wie? Leg het me uit Luke. Please. Wie verzint dit. Wie.’

‘Waar heb je het in godsnaam over.’

‘E is em see in het kwadraat. Kwadraat. Onthoud dat.’

‘Zo mannschaft. Wie gehts?’ Jethro kwam als een dief in de nacht uit de danszaal gelopen. Hij pakte de schouders van Luke vast. ‘Waar is Karel? Bier halen? Moet je eens ruiken Charlie. Ruikt dit naar een lelijke vrouwenkut of niet?’

Hij liep naar me toe en stak zijn vinger onder mijn neus. Een geurenmix van urine zweet en geilheid.

‘Jezus. Heb je je handen niet gewassen of zo? Jezus man’, zei ik kokhalzend.

‘Je kan dat niet maken Jethro’, zei Luke. ‘Het is gewoon niet eerzaam. Bovendien was ze mijn verovering. Daar moet je respect voor hebben. Ik zit toch ook niet achter jouw vriendin aan?’

‘Oh sorry hoor. Ik wist niet dat je zulke lelijke wijven tot je eigendom zag. Dat had ik verkeerd begrepen. Ik dacht nog even dat ze je zusje was of zo. Maar goed. Je “verovering” was lelijk en geil en jij begreep dat signaal niet.’

‘Ze was best oké toch?’ Zei ik.

‘Dat was ze niet Charlie. Doe nu niet hier zo stoer. Moraalridder. Ze was lelijk and you know it.’

‘Ik vind het echt niet tof dat je aan haar hebt gezeten op de dansvloer. Serieus niet.’

‘Flikker op dan uit deze kroeg. Flikker op dan. Teringlijer’, zei Jethro.

Jethro ging voor Luke staan en balde zijn vuisten naast zijn lichaam. Luke hield zich groot door in zijn ogen te blijven kijken. Maar ik zag de vochtigheid. Ik zag de trillende handen. Niemand was een partij tegen zo’n aurakanon als Jethro. Als hij binnenkwam, vervaagde hij iedereen met zijn blik. Een fucking atoombom.

Ik stond op en merkte dat ik naar voren en naar achteren wiebelde. Met een hand op de stoel herstelde ik mijn balans. Vervolgens probeerde ik me tussen die twee in te murwen. Daar was Jethro niet helemaal oké mee.

Hij pakte me vast bij de arm en gaf daar een ruk aan. Ik vloog over de vloer heen en kwam met mijn rug tegen de stoelpoten van een tafeltje verder aan. Twee bambi-ogen keken me geërgerd aan.

Ik keek vooruit en zag dat Jethro Luke richting de uitgang duwde en zei: ‘Wat had je dan hè? Wat had je dan hè?’

Het vreemde was: Alles ging door. Het pratende groepje meiden bij het raam. De luidkeels schreeuwende mannen staand bij de bar. Zelfs de barman bleef zijn bier schenken. Alsof ik de enige was die zag hoe Jethro Luke hardhandig richting de uitgang dauwde.

Luke bleef zich verzetten door zich met zijn benen en voeten schrap te zetten als de duw kwam. Maar het mocht niet baten. Jethro was veel sterker.

De uitsmijter van deze toko, een grote brede donkere man met een baard tot aan zijn borst, pakte Luke bij de nek vast, opende de deur en gooide hem letterlijk het café uit.

En ik was de enige die het zag. Zelfs hier, liggend op de grond, deed mensen niet naar me kijken. Behalve de chick op de stoel, met haar Bambi-ogen, die vroeg of het goed met me ging.

Jethro gaf de uitsmijter een hand en begon in zijn oor uitleg te geven over de situatie.
Karel was aangekomen met twee biertjes en een gin-tonic in zijn hand. Hij zette de glazen op de tafel en keek me verbaasd aan. ‘Waarom lig je op de grond?’

‘Ik ben dronken’, zei ik.

Karel trok me overeind. Ik ging zitten op m’n stoel en legde uit dat Jethro Luke het café uit had gebonjourd.

‘Ach. What else is new? Op de een of andere manier maakt hij het er naar en het eindigt altijd zo. Maar wees gerust. Morgen zijn we weer beste vrienden. Beloofd.’

‘Je kan hem niet als shit behandelen.’

‘Hij maakt het er zelf naar. Daar ben je toch zelf bij of niet dan?’

Jethro kwam aan tafel zitten en ging languit in de stoel hangen met zijn benen gespreid onder de tafel.

‘Ik word niet goed van hem hoor. Hij heeft geluk dat ik me inhoud met mijn vuisten. Voor hij weer jankend naar het ziekenhuis gebracht moet worden en ik nog echt het gevoel krijg dat ik er spijt van moet hebben. Ik zweer het je Charlie. Die gozer is niet goed hoor.’

‘Jullie zijn niet goed’, zei ik.

‘Wat?’

‘Zoals ik het zeg.’ Ze bulderden het beiden uit van het lachen. ‘Je hebt gelijk. Wij zijn niet goed. Laten we proosten op dat.’

Oké. Wat moest ik met deze gasten aan? Voor ik het wist verlegden ze hun aandacht naar mij en had ik het allemaal gedaan.

Jethro pakte zijn glas tonic en bekeek het als een non die een paardenlul op sterk water zag. ‘Wat is dit?’

‘Tonic. Ik dacht dat je…’, zei Karel.

‘Wat moet ik nou met hem aan’, zei Jethro tegen me.

Hij gooide de inhoud van het glas in het gezicht en douwde Karel vervolgens met stoel en al op de grond. Hij ging over hem heen hangen en schreeuwde: ‘Ik lust geen tonic! Geen tonic!’
Drie minuten later werden we alle drie hardhandig door de zwarte man de kroeg uitgegooid.
Buiten was het opvallend stil voor Utrecht bij nacht.

Luke stond aan de overkant van de straat bij een groepje dames en kwam met een verbaasd gezicht naar ons toegelopen.

‘Heb je wat te roken of wat?’, vroeg Jethro aan hem. Luke gaf hem een pakje Camel blauw.

‘Camel blauw’, mompelde Karel.

‘Wat zei je Karel?’, vroeg Luke. ‘Wil je nog wat roken of wat?’ Karel knikte.


Achtervolg me op Instagram