De ene helft van m'n leven was ik bezeten van het idee dat ik mensen tot last was en zweeg daarom wanneer ik het gewoon had moeten vragen.

Keek ik de andere kant op, wanneer ik beter er tussen in had kunnen staan.

De andere helft van m'n leven was ik te vaak te dronken en te blij met mezelf om niet in te kunnen zien dat 'misschien' een 'rot op' betekent en 'bek dicht nu' wordt bedoeld met de zin 'niet grappig hoor'.