Ik hing met mijn rug tegen de muur aan met een half gevuld flesje bier in mijn hand. Rosalie stond tegenover me. Dicht in de buurt van mijn gezicht. Twee vijftigjarige mannen aan de bar keken me met interesse aan.

Ik was minder nieuwsgierig. Sinds zij die Waalse krullenbol een zoen had gegeven was ik een illusie armer. Zij&ik ging niet gebeuren vannacht.

Hugo en Kurt waren naar huis gegaan. Te dronken voor een laatste drankje.

‘Je neemt het leven niet echt serieus. Is het wel?’, vroeg Rosalie me.

‘Ik modder maar wat aan. Ik heb weinig zin om mijn diploma zo snel mogelijk te halen. Ik heb weinig zin om verder te studeren. Ik heb zin om te reizen over de wereld. Maar ik heb helemaal geen zin om Utrecht te verlaten. Fucking ying en yang de hele tijd. Het is niet dat het uitzichtloos is. Er is gewoon geen uitzicht. Begrijp je?’

‘Betekent dat niet hetzelfde?’

‘Zie jij je jeugdvrienden nog wel eens?’

‘Weinig,’ zei ze.

‘Soms denk ik wel eens dat ik moeite heb met mensen loslaten. Ik heb een onnatuurlijke nostalgie naar de relatie met mensen hoe die ooit was. En dat oude wil ik vasthouden.’

‘Waarom.’

‘Who the fuck knows. Ik heb het zelfs met jou. Die nacht samen twee jaar geleden. Sindsdien heb ik het idee dat we bij elkaar horen.’

‘Grapje zeker,’ zei ze.

‘Je bent mijn ontsnapping’, zei ik.

‘Uit wat.’

‘Uit mijn leven. Ik verlang naar jouw wereld. LA. Tokyo. Al die mooie mensen.’

‘Je ziet alleen maar snapshots.’

‘We horen bij elkaar.’

‘Charlie. Je bent dronken.’

‘Je bent de crème de la crème. Mannen dromen over je. Vrouwen kijken tegen je op. Vrouwen willen de kleren dragen die jij draagt en mannen willen hun vrouwen zien zoals ze jou zien.’

‘Denk je nu echt dat ik dezelfde persoon ben als degene die je in de magazines ziet? Jezus Charlie. Zelfs ik herken mezelf niet als ik de blaadjes open sla of mezelf in de tv-reclames zie. Als ik ‘s ochtends in de spiegel kijk zie ik Rosalie. Als ik naar een bewerkte advertentie kijk zie ik een geest. Ik verdien mijn geld. Ik kom opdagen. Ik glimlach. Ik ga naar huis. Het boeit me niet zoveel.’

‘Serieus? Heb je geen plezier in je werk? De baan waar elke vrouw van droomt?’

‘Wat een veredeld idee dat je met enthousiasme en passie en inzet en plezier je baan moet uitvoeren. Natuurlijk weet ik dat je met gebrek aan talent ver kan komen door doorzettingsvermogen en enthousiasme. Alleen ik voel het niet zo. De opdrachten blijven binnen komen. Ik doe mijn ding. Ik ga naar huis. Ik hoef geen rolmodel te zijn. Ik hoef niet op te scheppen tegen anderen over mijn geweldige leven. Want mijn leven is waardeloos zonder Pedro. Waardeloos.’

‘Sorry voor dat’, zei ik denkend aan Pedro.

‘Charlie. Denk nou niet dat jij hier iets mee te maken hebt. Kappen met dat schuldgevoel. Ik heb ook geen schuldgevoel van onze nacht samen. Ik heb vaker het bed gedeeld met andere mannen tijdens mijn relatie met Pedro. Net zoals hij dat had gedaan met andere vrouwen. We hadden iets wat niet uit te leggen is aan een buitenstaander. Zijn dood is een tragedie.’

‘Rosalie. Om eerlijk te zijn. Ik heb nooit een schuldgevoel gehad’, zei ik. ‘Rosalie.’ Ik keek haar recht in de ogen aan. Ik hoopte dat ze mijn gevoelloze blik zag die zij ook in haar had. Ze moest het zien dat we beiden net zo koud naar de wereld keken. We waren voor elkaar bestemd. Dat kon niet anders.

Ze pakte mijn biertje uit de hand en nam een slok uit de fles zonder me aan te kijken.

‘We lijken op elkaar. Ik meen het. Ik voel weinig bij de wereld om me heen. Net zoals jij’, zei ik.

‘We zijn niet hetzelfde’, zei Rosalie toen ze het biertje teruggaf.

Ik zei een poos niks. Zij ook niet. Ik wist niet zo goed meer wat ik moest zeggen. Ze had een muur om zich heen gebouwd. We hadden veel raakvlakken. Ze kon gewoon de poorten opnieuw voor me openen. Zoals die ene zomernacht. Misschien waren we niet helemaal hetzelfde, maar het kwam wel in de buurt.

‘Ik weet dat we niet hetzelfde zijn’, zei ik toen.

‘Je zei het wel’, zei Rosalie.

Ze geloofde geen woord van wat ik zei. Ik zag de twee mannen naar me kijken. Alsof ze me aanmoedigde.

Wat voor sukkel was ik. Door tegen haar te zeggen dat ze mijn ontsnapping was. Een van de mooiste vrouwen van de wereld stond tegenover me en ik dacht met deze zin origineel en oprecht te zijn.

‘Ik besef me opeens dat ik niet de enige ben. En waarschijnlijk niet de laatste die dat tegen je zei’, zei ik. ‘Dat je mijn ontsnapping bent.’

Ze keek op haar horloge en toen naar mijn fles bier.

‘Ik zie niks in jou dat mijn leven de rust kan geven waar ik zo naar verlang’, zei ze. ‘Niets. Dus stop met proberen. Echt. Ik vind het niet leuk zo. Het hele weekend al niet. Ik ben bij mijn familie. Laat dat wat je aan het doen bent, gewoon achterwege.’

Ik probeerde te polsen of ze nu serieus was. De toon was opeens zo rigoureus veranderd.

‘Meen je dit nu?’, vroeg ik.

‘Ja’, zei ze.

‘Misschien moet je me niet met Pedro blijven vergelijken,’ zei ik toen. Haar ogen werden groter. Toen pakte ze haar telefoon op en stond op. Toen liep van me vandaan zonder wat te zeggen. Ik zag haar het toilet inlopen.

Ik had het verkloot.


Mis niets. Ontvang het volgende verhaal direct in je mailbox


Volg Psycho killer op Facebook, Twitter, Instagram