Ik kon me niet veel herinneren. Behalve dat de vloerbedekking prikte in mijn wang.

Ik wist dat mensen zich over me heen bogen.

Dat ze zich afvroegen of ik nog een biertje wilde.

Ik kon me niet veel herinneren. Behalve dat iemand hard in mijn oor zei: ’Fuck ’m. Als ie niet tegen alcohol kan, moet ie niet drinken. Echt. Ik ben gauw klaar met dit soort gasten.’

Het leek op de stem van Chuck.

De laatste keer toen ik flauw was gevallen, was september 1998 toen Dirk van de Accacialaan 60 op mijn gezicht ging zitten. Gewoon, omdat Dirk graag op het gezicht van mensen ging zitten.

Ik had het vermoeden dat ik op een bed werd gelegd.

Er was een blauwe lavalamp. En Duran Duran.

Ze hadden een hekel aan me.

Dirk had een hekel aan me in 1998. Met zijn dikke pens. Hij was de terrorist van de buurt. Hij had het toen op mij gemunt. Ik had hem niets misdaan. Toch mocht hij me niet.

Net zoals ik Chuck niets had misdaan. Toch mocht hij me niet.

Duran Duran.

Dance into the fire. That fatal kiss is all we need.


Mis niets. Ontvang het volgende verhaal direct in je mailbox

< Vorig bericht Volgend bericht >