Ik was op een feestje beland waar ik niemand kende.

Elke slok die ik van mijn pislauwe bier nam, voelde ik me meer en meer beroerder worden.

Chuck en Hein deden alsof ik er niet was.

Ze gingen op in de massa van de jeugdigheid.

Ik bleef alleen achter in de gang. Ik durfde niet zo goed een studentenkamer in te stappen.

Praten met onbekenden was niet echt mijn ding. Op dit feestje. In deze stad.

Het enige wat ik kon doen was:

  • observeren.
  • bier langzaam wegdrinken.
  • om de twee minuten op mijn telefoon kijken.

Ik moest al een half uur pissen. Maar ik durfde niet zo goed iemands toilet op te eisen. Waar was ik beland.

Tot ik mijn blaas niet meer kon negeren. Ik liep een willekeurige kamer binnen.

Het was niet groot. Het had wel een keukentje en een hoop planken aan de muur. Ik zag de deur van de wc.

Toen zag ik Chuck. Hij stond met twee jonge blonde meiden te praten. Bij het bed. De ene blonde had een roze haarband in, de ander een groene. Ze keken Chuck zo lang aan dat ze in hem wel iets vrouwelijks moesten zien.

Chuck proostte met zijn bierflesje naar me. In de lucht.

Ik twijfelde of ik nu het toilet in moest gaan of naar hem toe moest stappen. De groene blonde keek lang naar me. Maar ze toonde nauwelijks emotie in haar gezicht.

Ik stapte naar hem toe.

‘Vermaak je een beetje? Dit is wat anders dan Utrecht, niet?’ Vroeg hij.

‘Ik betwijfel het.’

Als iemand nu in mijn zij zou porren, liep de urine via mijn mond naar buiten, bedacht ik me.

‘Je bent best pessimistisch ingesteld ,’ zei hij glimlachend.

De groene hield haar ogen niet van me af. Ik werd er zenuwachtig van. Wat moest ze van me. Zou ze het weten van mijn volle blaas? Misschien had ze wel een zesde blaaszintuig.

Ik keek haar aan en toen de ander.

‘Pessimisten leven korter,’ zei ze.

‘Wat is dat met die haarbanden,’ zei ik.

‘Het leven is een grote marathon.’

‘Waar is de finish,’ zei ik met opgetrokken wenkbrauwen.

‘Vanavond. In mijn bed.’ Ze keek de ander aan en gaf haar een zoen.

Lesbo’s.

Prima.

‘Dit is Charlie. Hij houdt van vrouwenonderbroeken. Dus je bent gewaarschuwd.’

De groene reageerde er niet op. Ze zei dat ze Jennifer heette. De andere meid kon me niet zoveel boeien.

‘Je vindt het niet leuk dat ik erbij ben, is het niet?’ Vroeg Chuck.

Ik haalde mijn schouders op en zei: ‘Hoe lang ken je Hein?’

‘Lang genoeg. Jij bent geen gevaar voor me.’

‘Ben je jaloers?’ Vroeg ik.

‘Ik denk dat goede vrienden altijd jaloers zijn op degene met wie de ander omgaat.’

‘Zo hoeft het niet te zijn,’ zei ik.

‘Nee. Dat hoeft niet.’

Toen rende ik naar de wc.

Mis niets. Ontvang het volgende verhaal direct in je mailbox

< Vorig bericht Volgend bericht >