We waren verdwaald in de betekenis van woorden.

Maria vond iemand het hoofd tegen het asfalt duwen slaan.

Ik vond iemand een blauw oog geven slaan.

Ik had hem alleen maar tegen de grond gewerkt. Dat was geen geweld. Dat was intimidatie.

Hoogstens.

Ik zei sorry. Ik zei zoveel.

Ik raakte haar kwijt in de discussie.

Ze bleef huilen.

Schreeuwen.

Hysterisch doen.

Het was alsof ik ergens was beland waar ik niet thuishoorde. Een rel dat niet de mijne was. De ruzie met haar voelde niet natuurlijk aan en het had vooral geen einddoel.

Ze was slechts mijn huisgenoot. Ik had haar niet nodig.

Maar het deed zoveel pijn. Zij voelde echt haat. Echt haat.

Tegenover mij.

Het was naar om te zien, hoe iemand me zo intens kon haten.

En toen werd ik dus wakker.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang het e-book “Hoe ik een vreemdeling ontmoette die zei me te kennen uit een vorig leven (maar me nog steeds een klootzak vond)” gratis in je mailbox.

Eerste bericht | < Vorig bericht Volgend bericht >