bed alleen depressief somber

Als ik de deur sloot van een vreemd huis waar ik een nacht had doorgebracht.

Dan voelde ik me opgelucht.

Niet het gevoel van opwinding en opluchting nadat ik bijvoorbeeld een presentatie had gegeven voor enkele mensen.

Maar het gevoel van een vulkaan. Duizenden jaren magna dat tegen de binnenwand aan drukt en dan opeens het punt om het eruit te rammen. Zo’n opluchting.

Ik ging ‘s nachts graag naar binnen. Ik ging ‘s ochtends nog liever weg.

Elke minuut dat ik ‘s ochtends bij een vrouw die ik niet wilde kennen, zat, gaf me het idee dat zij wat voor mij ging voelen.

Of ik voor haar.

Ik was niet opzoek naar liefde. Ik was opzoek naar avontuur. Naar verleiding. Naar romantiek. Om die de volgende dag overboord te gooien en weer aan mezelf te denken.

Schuld en spijt had ik nooit. Maar blij was ook niet het goede woord.

Ik ging meer dan opgelucht bij Cleo weg. Ze gaf me de bibbers.

Ze was oké. Eigenzinnig. Aantrekkelijk. Zelfverzekerd.

Ze gaf me de bibbers.

Naar mijn mening was de wereld verdeeld in twee uitersten.

  1. Waarheid sprekers
  2. Waarheid zoekers

Zij sprak iets te vaak de waarheid. Op een confronterend manier. Ook al was het niet waar. Ze sprak het uit en dat was een waarheid op zich.

Ze was een waarheid spreker.

Ik liep door de regen. Te overdenken wat ze voor me had verzwegen.

Dat ze me in een IKEA-kast gooide. Deze anekdote ging niemand geloven.

En de inhoud van mijn Eastpacktas verspreid door haar kamer. De tas waar de kaarten in zaten. Voor het feest van het jaar.

Wist ik zeker dat ik ze terug had gestopt?

Bij een kruispunt haalde ik de Eastpack van mijn rug. Ik bekeek de inhoud en zag dat ik ze kwijt was. Endzeitparty-kaarten. Alweer.

< Vorig bericht Volgend bericht >