Vriendschap was een niet te stoppen proces van aftakeling. Ik begon me steeds meer te ergeren aan Nik’s standpunten (je kan pas echt gelukkig zijn als je dagelijks dronken en stoned bent). En zijn maffe menselijke trekjes (zoals hij altijd overal met de wc-deur geopend al gapend stond te pissen).

Maar ik kon niet zonder hem.

Hij was mijn tweede natuur geworden. Zo ging dat als je extreem veel tijd met iemand had doorgebracht. Ik maakte zijn zinnen af. Ik wist wat hij ’s ochtends op brood had en op welk moment hij zich duidelijk verveelde. Als je niet beter zou weten, leken we wel een stelletje.

Het maffe was: We hadden op een gegeven moment exact dezelfde gedachtes bij een bepaalde situatie. Alsof het simultaan ontstond in onze hoofden.

Eens zei iemand dat we tweelingzielen waren. Maar dat was onzin. Hoe één we ook leken, ik begreep hem nauwelijks en hij mij waarschijnlijk ook niet.

Het was een natuurlijk proces van veel tijd met elkaar doorbrengen. Op papier zou ik dit bij elk persoon in de wereld kunnen bereiken. Als ik er zin in had.

Het was denk ik wel bijzonder dat Nik en ik in ons leven zoveel tijd met elkaar hadden doorgebracht.

Hij was niet de gast die het meest op me leek. Hij was niet de gast die ik als eerste zou bellen als ik een trio had gehad. Toch was hij de enige die me echt kende. En ik hem.

Hij woonde al samen met z’n vriendin Liselotte en ging steeds meer tijd spenderen met andere gasten. Jongens buiten de Psycho killer-groep om.

Wat bleef er van onze vriendschap over. Als hij liever zijn tijd gaf aan zijn vriendin. En aan zijn andere vrienden.

Wat bleef er van Psycho killer over. Ik, Nik, Kurt, Martijn en Sjoerd. Als iemand er uit zou stappen, zou het nooit meer hetzelfde zijn.

Was ik straks de enige die eenzaam en alleen door bleef gaan? Kon ik nog Nik’s vriend zijn als hij uit Psycho killer zou stappen?

< Vorig bericht Volgend bericht >| Ik zit ook op Instagram