De wekker probeerde me elke ochtend te laten horen dat deze dag het waard was om op te staan.

Wie had dat akelige geluid bedacht.

Lelijk, doordringend, hard, zonder gevoel voor ritme.

Deze vakantie probeerde ik ’m voor de vorm te zetten.

Want ik was voor ik slapen ging echt iemand anders die vol overtuiging zei:

MORGEN WORD DE DAG DAT IK VROEG GA OPSTAAN EN WAT VAN MIJN DAG GA MAKEN

Alsof ik een gespleten persoonlijkheid had...

Hoe kon ik mezelf zo voor de gek houden, als ik weer om half één brak ’s middags, stinkend naar zweet uit mijn nest stapte.

Weer een ochtend voorbij getrokken zonder dat ik het wist. Weer een dag dichter bij de dood. Weer tijd hopeloos laten verdwijnen.

Er zal vast een moment in mijn leven komen dat ik al die verloren ochtenden terug zou wensen en in vol bewustzijn zou her willen beleven. Fuck dat moment.

De wekker klonk te lelijk om de ochtend bewust mee te maken. Ik wilde nooit meer opstaan.

*Ik wilde slapend leven. Voor eeuwig. *

We hadden blijkbaar allemaal een wekker nodig om ons te helpen herinneren aan de wereld buiten de slaapkamer.

Niet de geur van de ochtend. Niet het zonlicht dat schreeuwde: aanschouw mij! Niet de zin om op te staan en te denken; vandaag gaat het gebeuren.

Nee, een wekker.

Een wekker was niet gemaakt om mensen plezier en geluk te brengen in de ochtend.

Het had één doel; mij herinneren aan mijn bestaan. Elke dag weer. Tot in den treurigheid.

Eerste bericht | < Vorig bericht Volgend bericht >