Het leek wel alsof hij zijn gezicht in zijn glas bier wilde stoppen. Nadat de laatste slok in zijn keel was verdwenen, besloeg de binnenkant van zijn glas door zijn adem.

Sjoerd was zo’n type die viltjes uit elkaar haalde en etiketten van bierflesjes krabde.
Hij was zichzelf niet meer. Al een lange tijd niet. Het ergerde me. Mensen die zichzelf niet waren. Iedereen mocht een mental breakdown hebben. Maar come on. Blijf er niet in hangen.

Sinds ik zijn chick en geliefde Kee soort van hem had afgepakt, was hij anders geworden. Alsof hij eindelijk tot besef kwam dat hij zijn houding naar dames moest wijzigen. Assertiever worden. Uit zijn schulp kruipen. Niet meer de mannelijke beste vriend spelen.

We zaten tegenover elkaar in café Het hart aan de Voorstraat in Utrecht. Het was rustig, voor een woensdagavond.

Hij pakte zijn smartphone uit zijn broekzak. Hij tikte een aantal keer op het scherm maar er gebeurde niets. Hij bewoog met zijn wenkbrauwen heen en weer en tikte opnieuw met zijn vinger op het scherm. Een lichtje verscheen. ‘Fucking kutwijf.’

Hij draaide het scherm naar mij toe.

IK BEN JE OMA VANDAAG TEGENGEKOMEN EN HEB GEZEGD DAT JE EEN KLOOTZAK BENT

‘Waarom valt ze mijn oma lastig? Met mij? Dat mens is toch ziek? Of heb ik het mis? Dat mens is ziek.’ Hij keek naar mijn halfvolle glas bier. ‘Je drinkt langzaam vandaag.’

Ik schoof het glas naar hem toe. Hij pakte het op en zette het aan zijn lippen. Toen het glas naar beneden kwam was het leeg.

Hij had een tijdje een soort knipperlichtrelatie met een meisje. Ik nam het niet echt serieus. Want zij zag er niet echt serieus uit. Van die voortanden die te ver van elkaar afstonden. Van die elfenoortjes. Zo’n chagrijnige blik uit haar ogen, omdat ze het de wereld kwalijk nam dat God haar ongesteld liet worden. Blijkbaar had ze hem gedumpt.

‘Je weet dat ik Kee af en toe zag, toch?’, zei ik.

‘Wat. Heeft ze je gedumpt? Dat verbaast me niks.’

‘Ja, zo kan je het noemen ja.’

‘Het boeit me niet, oké? Kee en ik zijn beste vrienden, op een niet-seksuele manier. Ze had me al geappt. No worries.’

Het leek hem echt niet te boeien. Hij knikte naar me, zag toen een vlek op zijn shirt en inspecteerde die uitgebreid. Hij maakte zijn vingers nat met zijn mond en probeerde de vlek weg te boenen. ‘Ken je Jethro?’, vroeg hij toen.

‘Geen idee.’

‘Zo’n gozer met wat lang vet haar, van die 200 euro-overhemden aan en iets te glimmende schoenen. Je hebt hem wel eens gezien op een Psycho killer-feest.’

Ik wist niet waar hij het over had.

‘Ik heb zijn vriendin gevingerd. In de ACU. Op de gang. Zo’, zei Sjoerd. ‘Nu snap je ook de reden waarom ze me een klootzak vond.’

Gevingerd? Hij mocht vaker een mental breakdown hebben. Het verbaasde me. Begon hij eindelijk toch meer op mij te lijken. Ik negeerde de opmerking maar. Het kon zo maar een sterk verhaal zijn.

‘Wie is Jethro.’

‘Hij is de baas van mijn vader.’

‘Hoe oud is hij?’

‘Vijfentwintig jaar of zo?’

So what?

So what? Mijn vader zit in zijn proefperiode. Het bedrijf is van de vader van Jethro. Hij heeft een aantal drukkerijen in de regio. Jethro mag de boel op de werkvloer aansturen. En ik heb zijn vriendin in de gang van de ACU gevingerd. Jethro is de laatste gozer op aarde waar je zijn vriendin van moet vingeren. En ik heb het gewoon gedaan.’

‘Ze heeft een vriend.’

‘Ze dronk uit mijn glas bier. Ze keek op mijn telefoon hoe laat het was en leunde met haar hoofd tegen mijn borst aan om te zeggen dat ze dronken was. Wat had ik anders moeten doen?’

‘En toen.’

‘Heb ik haar gevingerd.’

‘Midden in de kroeg?’

‘Ja.’

‘Jethro kent me. Van Psycho killer. Hij heeft grootse plannen. Hij wil graag dat we een feest organiseren in een pand dat hij gaat regelen. Ik heb ja gezegd. Want je weet dat we altijd verlegen zitten om feestpanden, toch?’

‘Euh, niet echt.’

‘Dus moet jij met hem afspreken om zijn voorstel te horen.’

‘Want’, zei ik.

‘Want ik heb zijn chick gevingerd. Ik weet niet of die het weet. Vast niet. Of wel. Maar hij slaat me in elkaar, berooft me en ontslaat vervolgens mijn vader. Ik zweer het je.’

Ik kon niet echt opmaken of Sjoerd acteerde dat hij zich opwond of dat hij zich hier echt gefrustreerd onder voelde. Aan de zweetdruppels op zijn voorhoofd te zien kostte het hem in ieder geval moeite om zo te doen.

‘Hoe kom je daar nou bij?’ vroeg ik.

‘Jethro is loco. In de hoofd. Snap je? Dit soort kindjes van rijke papa’s is altijd iets mis mee. Ze hebben alles gekregen waar ze om vroegen en nog is het niet genoeg voor ze. Ze willen ook dingen die niet te koop zijn. Aanzien. Respect. Hij is zo loco in zijn hoofd. Echt krank gewoon. Ik kan al dagen niet slapen. Wist je dat? Al dagen niet. Al moet ik bekennen dat ik me wel een keer heb afgetrokken met de gedachte dat ik haar opnieuw zou vingeren. Ik ben alleen zo dom dom dom. Ik ben zo dom dom dom. Echt. Dom.’

‘Ik zou je niet zo druk maken als ik jou was. De soep wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend.’

‘Mooi dat jij zo lekker relaxed en laidback bent. Dan kan jij gewoon meeten met Jethro en hem aanhoren over dat pand van hem waar hij een feestje wilt organiseren.’

‘Sinds wanneer maken we daar afspraken mee?’

‘Charlie. Jezus. Christus. Mijn leven staat op het spel. Ik kan geen nee tegen hem zeggen. Gewoon. Verplichtingen. Relaties. Jethro bracht mijn pa laatst naar huis, na een of andere borrel, want de auto van m’n pa was bij de garage voor een onderhoudsbeurt. En ik stond toevallig met mijn fiets voor het ouderlijk huis, met een tas vol schone was. Hij zag me en riep me naar zijn dikke BMW toe. En begint over dat pand, maar goed, m’n pa stond er ook bij, dus zei hij: Laten we binnenkort meeten. Snap je? Jij gaat met hem meeten. Ik verdwijn wel van de aardbodem. Ik hang mezelf wel op. Ik zwem wel naar de bodem van de oceaan. Van mijn part ga ik in Volendam wonen.’

Sjoerd kon zich zo aanstellen. Het ergerde me. Zeg wat je wil. Maak er niet zo’n failliet circus van waar geen kinderen meer op de houten bankjes gaan zitten om naar een clown en een kameel te kijken.

‘Ik ken hem niet’, zei ik koeltjes.

‘Dus. Ik introduceer jullie wel. Via WhatsApp. Charlie. We zijn weer cool. Toch? We zijn weer cool toch? Na dat gezeik met Kee zijn we weer cool. Toch?’