Vervolg op 13.4 Mannen geloven alles wat ik zeg

Molly en ik waren beiden even stil. We absorbeerden de omgeving van langsfietsende schreeuwende jongeren en langslopende gillende groepjes meiden. De geur van ontsnapte alcohollucht uit de magen van de mensen om ons heen. En de walgelijke frambozenparfum van de vrouw voor ons.

‘Ze heeft me gedumpt’, zei ik.

‘Wie. Dat meisje waar ik je laatst mee zag?’

‘Ja. Kee.’

‘Zij was toch vier weken weg?’

‘Ja. Naar New York.’

‘Je had het kunnen weten. Vrouwen gaan nooit zomaar vier weken weg weg. Ze kijken gewoon of ze een betere jij kunnen vinden. En als dat niet zo is komen ze bij je terug. Sorry Charlie. Er is een betere jij.’

‘Ik zou het Sjoerd moeten vertellen’, zei ik.

‘Waarom.’

‘Omdat onze vriendschap bijna ten onder is gegaan aan Kee. Hij zat al jaren achter haar aan. En ik heb echt geprobeerd om hem zover te krijgen dat hij eens een poging ging wagen. Snap je? Als coach.’

‘En toen gaf je zelf het goede voorbeeld.’

‘Zoiets.’

‘Sorry dat ik het zeg. Maar wel beetje triest dat jullie een vrouw tussen jullie in laat komen. Het is zo cliché of zo.’

‘Kee is een cliché. Ze wilde wel bevriend blijven. Ha. Bevriend. Geloof je het zelf? En dan? Bij elkaar op de koffie komen. Praten over alledaagse dingen?’

‘Wat. Heb jij geen vrouwelijke vrienden?’

Lets be real. De enige reden dat mannen een vriendschapsrelatie met vrouwen onderhouden, is omdat we verlangen naar dat naakte lichaam. En als we ze geneukt hebben, is het niks meer aan. Daarom is het niet interessant, vrienden zijn met je ex. Bedoel. Je hebt haar dan al naakt gezien en gehad. De enige reden dat exen met elkaar om blijven gaan is omdat ze nog niet over elkaar heen zijn en blijven verlangen naar elkaars lichaam. Anders kan ik het niet verklaren.’

‘Misschien wel waar’, zei ze. ‘Ik dacht serieus dat Arnold en ik tweeling waren. We leken zo op elkaar en hebben jarenlang zoveel tijd met elkaar doorgebracht. Ik zweer het je Charlie. Niks seksueels. Wel knuffelen en zo. Maar echt, niks seksueels. En zo dacht ik ook niet over hem. We gingen eens een avond stappen. En we dronken te veel. En toen hadden we dronkenmansseks. En dat was prima weet je. Gewoon. Het is gebeurd. Maar het veranderde alles. Hij nam geen contact meer met me op. Vond het ingewikkeld om me te zien. Gewoon raar. Echt raar. Jarenlange vriendschap. Gewoon weg. Ik mis hem.’

‘Ik sta hier niet om de mannen te verdedigen.’

‘Mannen zijn sukkels. Allemaal. Jij ook. Een sukkel van een vriend.’

‘Hij had het geen week met Kee uitgehouden. Ze is zo’n ontembaar ik-moet-mezelf-nog-ontdekken-chick. Voordat die op zoek gaan naar stabiliteit moet ze eerst een piemel-quotem halen of zo.’

‘Jezus. Denk je echt zo over vrouwen die een beetje aan het sletten zijn? Dat zeg je toch eigenlijk? Dat ze een slet is?’

‘Nou ja. Ze is niet echt een slet slet. Zo bedoel ik het niet. Ik weet eigenlijk niet wat ik wel bedoel.’

‘Jullie mannen komen altijd weg met dit soort uitspraken’, zei ze.

‘Sjoerd weet nog niet dat ze me gedumpt heeft.’

‘Je moet het hem vertellen.’

‘Waarom.’

‘Omdat zij een beladen onderwerp is. Je was mans genoeg om haar van hem af te pakken. Nou moet je ook mans genoeg zijn om te zeggen dat het je allemaal niet waard was.’

‘Ik ben niet zo’n type die snel spijt heeft van dingen. Het loopt zoals het loopt’, zei ik.

‘Je bent niet zo’n type. Denk je altijd na over jezelf in termen van “ik ben niet zo’n type”?’

De vrouw voor ons was aan de beurt om geld uit de muur te trekken. Ze keek schichtig om haar heen, toen ze door de digitale stappen op het scherm heen liep.

Ze liep van de pinautomaat vandaan met haar tas strak tegen haar lichaam aan. Ik en Molly liepen tegelijkertijd naar de automaat toe.

Uit de gleuf staken enkele biljetten. Molly griste ze uit het apparaat, inspecteerde het aantal biljetten en stopte het toen in haar decolleté. Het duurde een enkele seconden voor ik besefte wat hier aan de hand was.

‘Wat doe je’, zei ik.

‘Zij laat ze toch hangen? Kom. We lopen weg.’ Ze pakte mijn arm vast en we liepen richting de Oude Gracht. We sloegen de hoek om en passeerden verschillende mensen. Alsof we op de vlucht waren. Voor de dame met een permanentje in haar haar.

‘Wat ga je er mee doen?’

‘In mijn portemonnee stoppen. Wat. Ga je me nu veroordelen?’

‘Ik veroordeel niet.’

‘Dat weet ik Charlie. Jij bent relaxed. Jij veroordeelt mensen nooit. Jij bent niet zo’n type.’ Ze telde vlug het geld. Drie biljetten van 50 euro.

‘Dit heeft niet zoveel met veroordelen te maken.’

En toch had ik een raar gevoel. Dat ik dit moest veroordelen. Dat dit niet oké was. Ik vond het niet oké maar ook niet niet oké.

Hoorde ik nu niet iets te voelen? Behalve dan dat verstompte gevoel dat hier iets niet klopte? Dat ik als 8-jarig jochie niet naar de Playboy en de Penthouse mocht kijken in het tijdschriftenschap van de boekhandel? Dat we niet met het geld van anderen mochten weglopen?

‘Wil je een drankje?’, vroeg ze.

‘We gingen toch naar Janskerkhof toe?’

‘Laten we eerst een drankje doen met z’n twee en proosten op de vrouw die zo druk in haar kop was dat ze ons deze rijkdom gunde. Of slaap jij nu hier minder om?’

‘Nee. Waarom denk je dat? Laten we wat drinken.’

‘Beetje quality time met z’n tweeën.’ Ze kneep me in mijn kont.

Ze schoof haar arm in mijn arm en we liepen als een soort van vreemd dronken koppel langs de Oude Gracht richting de Winkel van Sinkel. Ook al hadden we geen druppel alcohol in ons bloed.

Foto via https://www.instagram.com/Cvatik / https://www.instagram.com/psychokillerblog