Ik wist niet wat me overkwam. Nik was een van mijn beste vrienden, maar hij probeerde ten koste van mij indruk te maken op Hein.

Zo was onze relatie niet. Zo wilde ik niet behandeld worden.

Ik stond voor het urinoir. Het stonk naar chloor en pis, bovendien deed de lamp het niet. Het voelde koud en guur aan. Het deed mijn gemoedstoestand geen goed.

Mijn piemel was gekrompen tot iets onherkenbaars.

Mijn gedachten gingen snel. Moest ik Nik op z’n bek slaan? Moest ik hem negeren? Ik was zo futloos. Ik had nergens zin in.

Toen hoorde ik voetstappen achter me. Hein kwam naast me staan, ritste zijn gulp open en begon in zijn urinoir te pissen. Als ik ergens geen behoefte aan had, dan was het Hein.

Hij glimlachte. ‘Maak je niet zo druk,’ zei hij.

‘Dat bepaal jij?’

‘Charlie. Even serieus. Je doet alsof de wereld je niets kan doen. Maar jouw grootste angst is dat juist die wereld niets in jou ziet.’

Korte stilte.

‘Ik zie wat in jou,’ zei Hein toen.

‘Dat weet ik. Je blijft me maar aandacht geven,’ zei ik.

Ik haalde mijn schouders op, drukte op de spoeler en liep de wc uit.

Hij vergiste zich. Ik hoopte juist dat de wereld niets in mij zag. Dat maakte me sterker. Ik ben alleen gekomen en zal alleen gaan.

Helemaal alleen.

< Vorig bericht | Ik zit ook op instagram | Volgend bericht >

Blijf op de hoogte
Facebook
Instagram
Twitter
Charlie West op Google +
Tumblr