‘Zit je nou aan het kraanwater?’ vroeg Jurjen.

Ik zat al een tijdje alleen aan tafel. De vrienden van Tim waren gestopt met praten tegen me. Misschien moest ik ophouden de letter x in mijn zinnen te gebruiken. Misschien hielp dat.

Behalve Jurjen.

Hij keek de hele tijd naar me. Nou ja. Hele tijd. Gewoon af en toe. Zo’n bedenkelijke blik. Als ik terug wilde lachen of een hand wilde opsteken, keek hij alweer weg.

Ik wist niet wat dit betekende. Ik wilde niet dat het wat betekende.

Of misschien toch wel, dat het iets betekende.

Ik wist niet wat ik wilde dat het betekende.

Ik voelde me zo klote.

Yort. Elke minuut wel een keer in mijn hoofd.

Mijn glas water. Mijn gezelschap. Voor al minstens een kwartier.

‘Wat’, zei ik, ‘past dit niet in jouw beeld van hoe een verdrietig meisje moet zijn?’

‘Rustig. Rustig.’

Jurjen kwam naast me zitten. Niet tegenover me. Naast me. Ik durfde niet naar hem te kijken.

Omdat ik niet wist wat ik wilde dat dit betekende.

Ik keek om me heen. Niemand van Tim’s vrienden meer te bekennen.

‘Waar is iedereen heen eigenlijk?’

‘Geen idee. Sommige naar huis. Tim staat buiten te roken’, zei Jurjen.

‘Waar is Joris?’

‘Naar huis.’

‘Ik heb hem niet eens gesproken. Alleen begin van de avond. Hij zou met me praten vanavond. Een luisterend oor. Dat was de reden dat ik hier ben gekomen. Ach.’

‘Hij heeft wel over jou gesproken.’

‘Wat?’

‘Dat je eerder vandaag probeerde in te breken in de kamer van je ex.’

‘Wat? Zei die dat?’

‘Niet zeggen dat je het van mij hebt hoor.’

‘Ik was helemaal niet... Wat een lul. Ik kwam gewoon langs om Yort te zien. Om, om spullen op te halen.’

‘Hij zei wat anders.’

‘God. Wat een ellende dit.’

‘Ah joh, maak je niet druk.’

‘Waarom vertel je dit soort dingen tegen me eigenlijk.’

‘Gewoon. Om te checken of het waar was.’

‘Wat wil je weten dan?’

‘Of je nog steeds gevoelens hebt voor je ex.’

Jurjen keek me zo bloedserieus aan. Mijn gezicht begon vol te lopen met bloed.

‘Ja’, zei ik.

‘Of je bij hem hebt proberen in te breken.’

‘Nee. Nee tuurlijk niet. God. Waarom vertelt hij dat tegen iedereen?’

‘Maak je niet druk. Wil je nog wat drinken? Bier?’

Ik wilde naar huis. Huilen in bed. Chocolade eten. Op m’n phone Netflix kijken.

‘Ik ga naar huis denk ik.’

‘Moet ik met je meerijden?’, vroeg hij.

‘Nee?’

‘Oké.’

‘Wel lief van je’, zei ik terwijl ik me afvroeg waarom hij in godsnaam met me mee wilde rijden. Ik woonde ver van het centrum af. Hij vast ergens in het centrum. Dit sloeg nergens op.

‘Sure. Als je bedenkt, laat maar weten’, zei Jurjen. Hij stond op. Trok zijn overhemd recht en wilde weglopen.

‘Waar ga je nou heen?’, vroeg ik.

‘Even buiten staan.’

‘Laat me niet alleen. Ik ben nog niet weg hoor.’

‘Oké.’ Hij ging tegenover me zitten. Hij pakte mijn hand vast. Niet romantisch. Gewoon. Geen idee eigenlijk.

Ik voelde weinig van mijn hand in zijn hand.

‘Wie wil jij zijn dan?’, vroeg ik, ‘gewoon. Als persoon? Wat wil je worden als persoon?’

‘Gewoon. Jurjen.’

‘Jij bent net klaar met de studie toch?’

Jurjen liet mijn hand weer los.

‘Ga een traineeship doen bij KPMG’, zei hij en hij rekte zich uit en ik weigerde te kijken naar zijn torso en gebalde armspieren en een opgezette ader in zijn nek.

‘Wat is dat voor bedrijf?’

‘Ken je dat niet?’, zei hij met een zucht en kromp weer in een.

‘Nee.’

‘Maakt ook niet uit. Het is in Amsterdam. Ik ga daar ook naar toe verhuizen.’

‘Wanneer.’

‘Aankomende zondag. Heb een studio in de Pijp gevonden. Het is echt geweldig.’

‘Amsterdam is leuk.’

‘Ja.’

‘Rotterdam is beter’, zei ik.

‘Want?’

‘Weet niet. Gevoel’, zei ik, ‘ga je Utrecht missen?’.

‘Denk het niet.’

‘Dan ga ik jou waarschijnlijk niet meer zien.’

‘Nee, inderdaad niet.’

‘Ik bedoel. De kans dat ik je ergens tegen kom wordt wel heel klein dan’, zei ik.

‘Weet je zeker dat ik niet mee hoef te fietsen?’

Waarom zou hij met mij mee willen fietsen? Waarom zou hij met mij willen zoenen?

Neuken?

Met mij?

In deze toestand?

Hield hij echt van zielige meisjes? Echt van zielige meisjes zoals ik?

‘Dat voelt raar. Misschien. Straks. Op mijn kamer. Geen idee. Nee. Sorry’, zei ik.

‘Oké.’

Wat oké.

Zeg dat je met me mee gaat. Laat het me nog een keer afwijzen en nog een keer en nog een keer en dan ‘ja is goed’, zeggen.

Hij zei niets. Te staren naar het tafelblad.

‘Waarom ga je Utrecht niet missen?’, vroeg ik.

‘Het lijkt net een dorp. Het is het allemaal net niet. Het is niet zo levendig als Amsterdam. Er gebeurt te weinig spannends. Ik denk dat het niet helemaal bij me past deze stad.’

‘Ik vind Utrecht geweldig.’

‘Dan heb jij je plekje gevonden hier.’

‘Ja.’

‘Waar woon je eigenlijk?’ vroeg Jurjen.

‘Ver van het centrum af. Richting het noorden. Tegen Ondiep aan.’

‘Weet je het zeker dat ik niet mee hoef te rijden? Ik houd op. Sorry. Ik zeur.’

Hij vroeg het weer.

Ik voelde iets in mijn buik. Misschien moest ik plassen.

‘Sorry hoor’, zei Jurjen stamelend.

‘Ik moet naar de wc denk ik’, zei ik en ik stond op.

‘Oh, lukt dat? Kom je hier langs?’

‘Moet jij ook?’, vroeg ik en Jurjen keek net zo verbaasd als ikzelf bij deze woorden.

‘Euh. Ja?’

‘Kom je?’


Foto via @theogosselin

Nieuw boek uit • Digital love • Bestel het boek of e-book direct >


Nieuw!

Volg me via WhatsApp. 1 op 1. Geen groepschat. Als ik wat geschreven heb, app ik je de link.

Doe dit en doe het goed:

  1. Voeg het nummer 06-44796441 toe aan je contactpersonenlijst
  2. Stuur vervolgens 'feest is AAN' met je voornaam naar mij
  3. Verwijder dit nummer nooit en te nimmer uit je adresboek. Anders ontvang je niks.

Als je er geen zin meer in hebt, app je me met de zin: 'Het is UIT'.